Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:7217Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Asielzoeker vertrekt spoorloos, rechter verklaart beroep niet-ontvankelijk — RBDHA:2026:7217

Dublin-overdracht / niet-ontvankelijkheid wegens ontbreken procesbelang

Eiser / verzoeker

Asielzoeker (anoniem)

VS

Verweerder / gedaagde

Minister van Asiel en Migratie

Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang, nadat eiser met onbekende bestemming was vertrokken.

  • Eiser vertrok op 5 februari 2026 met onbekende bestemming; advocaat meldde geen contact meer te hebben en trok zich terug.
  • Vaste rechtspraak: vertrek met onbekende bestemming zonder contact met gemachtigde leidt tot aanname dat vreemdeling geen bescherming in Nederland meer wenst.
  • Rechtbank verklaart beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang, zonder inhoudelijke beoordeling.
  • Geen vergoeding van proceskosten toegekend aan eiser.

Samenvatting

Een asielzoeker verloor zijn rechtszaak bij de rechtbank Den Haag, niet omdat zijn inhoudelijke argumenten werden verworpen, maar omdat hij zelf van de radar verdween voordat de rechter zich over de zaak kon buigen.

De man had beroep ingesteld tegen een beslissing van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister had bepaald dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek — een zogeheten Dublin-overdracht. In plaats van de uitkomst van zijn beroep af te wachten, vertrok de man op 5 februari 2026 met onbekende bestemming. Zowel de vreemdelingenpolitie als het Centraal Orgaan opvang asielzoekers bevestigden dat hij was vertrokken.

Zijn advocaat, mr. M.J. Paffen, meldde de dag erna geen contact meer met hem te hebben en trok zich terug uit de zaak. Daarmee was er niemand meer die namens de asielzoeker kon optreden of zijn belangen kon behartigen.

De rechtbank paste vervolgens een vaste juridische lijn toe: als een asielzoeker met onbekende bestemming vertrekt zonder door te geven waar hij verblijft, wordt aangenomen dat hij geen bescherming in Nederland meer wenst. Die aanname geldt niet als de vreemdeling aantoont dat hij nog contact houdt met zijn advocaat en dus nog actief betrokken is bij zijn procedure. Aan die voorwaarde was in dit geval duidelijk niet voldaan.

Omdat de man geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij een beoordeling van zijn zaak, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. De zaak werd inhoudelijk niet beoordeeld en de man ontvangt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Betrokken advocaten

mr. M.J. Paffen

eiser

Inigo Advocaten, ROTTERDAM

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

27 maart 2026

Zaaknummer

NL26.5784

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:7217

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst schadevergoeding af voor Ghanese man in vreemdelingenbewaring
Rechtbank Den Haag·8 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Ghanees krijgt geen verblijfsdocument EU/EER: relatie onvoldoende bewezen
Rechtbank Den Haag·8 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter bevestigt bewaring Marokkaanse asielzoeker in grensprocedure
Rechtbank Den Haag·7 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter: minister moet binnen 8 weken beslissen op Syrische asielaanvraag
Rechtbank Den Haag·7 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter dwingt minister tot besluit over asielaanvraag na 21 maanden wachten
Rechtbank Den Haag·7 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht