Wrakingsverzoek afgewezen: rechter mocht kritische vragen stellen — RBDHA:2026:7261
wraking / geslachtsnaamwijziging minderjarige
Eiser / verzoeker
Verzoeker (vader van de betrokken zoon)
Verweerder / gedaagde
Mr. D. Biever, rechter in de rechtbank Den Haag
Het wrakingsverzoek is afgewezen en de behandeling van de hoofdzaak wordt voortgezet.
- Een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn; wraking slaagt alleen bij bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing vormen voor partijdigheid.
- Het stellen van kritische vragen en uiten van twijfel over de houdbaarheid van stellingen levert geen grond op voor wraking, zeker als partijen kunnen reageren.
- De rechter had ten tijde van het wrakingsverzoek nog geen inhoudelijke beslissing genomen, enkel vragen gesteld.
- De vader wraakte de rechter omdat die een feit over de toekomstige gevolgen voor de zoon niet wilde meenemen, maar dat standpunt miste onderbouwing in het dossier.
Samenvatting
Een man uit een nog onbekende woonplaats probeerde de rechter in zijn bestuursrechtelijke zaak te wraken, maar de wrakingskamer van Rechtbank Den Haag wees dat verzoek af. De zaak draait om een geslachtsnaamwijziging van zijn zoon, die door de moeder was aangevraagd en al bij primair besluit was toegewezen. Het bezwaar van de vader was eerder ongegrond verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank.
Tijdens de zitting op 11 februari 2026 liepen de emoties hoog op. De vader betwistte de verklaring van zijn twaalfjarige zoon, stelde dat de moeder loog en uitte racistische opmerkingen richting de rechter. De rechter reageerde op de feiten die de vader aanvoerde door te zeggen dat hij een bepaald feit — namelijk dat de zoon later zou ontdekken dat zijn naamsverandering afkomstig was van mensen die hem niet wensten — niet zonder meer kon meenemen, omdat daar niets over in het dossier stond. Op dat moment wraakte de vader de rechter, omdat hij vond dat de rechter bepaalde feiten buiten beschouwing liet en daarmee bevooroordeeld was.
De wrakingskamer beoordeelde of er sprake was van gerechtvaardigde twijfel aan de onpartijdigheid van de rechter. Daarvoor is een hoge drempel: een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, en alleen bij bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing vormen voor (de schijn van) partijdigheid, kan wraking slagen.
Die bijzondere omstandigheden waren er hier niet. Uit het uitgebreide proces-verbaal van de zitting bleek dat de rechter slechts vragen had gesteld en zijn twijfel over de houdbaarheid van bepaalde stellingen had geuit. Er was nog geen inhoudelijke beslissing genomen. Volgens de wrakingskamer is het een rechter uitdrukkelijk toegestaan kritische vragen te stellen en vraagtekens te plaatsen bij de relevantie van stellingen van partijen, zolang partijen daarna de gelegenheid krijgen om daarop te reageren. Dat was hier ook het geval.
De wrakingskamer wees het verzoek af en bepaalde dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond toen het wrakingsverzoek werd ingediend.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:4505, Rechtbank Den Haag, 05-03-2026, C/09/699700 / KG RK 26-279
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:19990, Rechtbank Den Haag, 30-10-2025, 09-319225-24
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:18346, Rechtbank Den Haag, 06-10-2025, C/09/690685/KG RK 25/1175
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2025:15440, Rechtbank Den Haag, 19-08-2025, C/09/689939 / KG RK 25-1082
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
30 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
C/09/699715 / KG RK 26/281
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:7261