Verzoek voorlopige voorziening asielzaak afgewezen na bodembeslissing — RBDHA:2026:7286
asiel / Dublin-overdracht / voorlopige voorziening
Eiser / verzoeker
Verzoekster en haar vier minderjarige kinderen
Verweerder / gedaagde
Minister van Asiel en Migratie
Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen omdat de bodemzaak op dezelfde dag al was beslist.
- Asielaanvraag niet in behandeling genomen omdat Duitsland Dublin-verantwoordelijke staat is
- Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat bodembeslissing al op dezelfde dag was gedaan
- Verzoekster en gemachtigde verschenen niet ter zitting zonder bericht
- Geen proceskostenveroordeling uitgesproken
Samenvatting
Een vrouw met vier minderjarige kinderen vroeg de rechtbank om een voorlopige voorziening in een asielzaak. De minister van Asiel en Migratie had haar asielaanvraag niet inhoudelijk beoordeeld, omdat Duitsland volgens de Europese Dublin-regels verantwoordelijk is voor de behandeling ervan.
De vrouw tekende beroep aan tegen dat besluit en vroeg tegelijkertijd om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat zij tijdens de procedure naar Duitsland zou worden overgedragen. Bij de zitting op 24 maart 2026 verscheen zij echter niet, samen met haar gemachtigde, en zonder dat daarvoor bericht was gestuurd.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. De reden daarvoor was niet gelegen in de afwezigheid van verzoekster, maar in het feit dat de rechtbank op diezelfde dag al uitspraak had gedaan in de bijbehorende bodemprocedure. Nu er al een beslissing was genomen in de hoofdzaak, was er geen zelfstandige reden meer om een voorlopige maatregel te treffen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek daarmee zijn doel had verloren. Een proceskostenveroordeling werd niet uitgesproken.
Betrokken advocaten
mr. A. Sloots
verweerder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1061, Rechtbank Den Haag, 22-01-2026, NL25.26844 en NL25.26845
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:25578, Rechtbank Den Haag, 30-12-2025, NL25.40457 V
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:25496, Rechtbank Den Haag, 29-12-2025, NL25.30030
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:25489, Rechtbank Den Haag, 29-12-2025, NL25.7784
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL26.11670
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:7286