Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:7305Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Rechter dwingt minister tot besluit over asielaanvraag met dwangsom — RBDHA:2026:7305

Niet-tijdig beslissen op asielaanvraag / dwangsom bestuursrecht

Eiser / verzoeker

Eiseres (asielzoekster) mede namens haar minderjarige kinderen

VS

Verweerder / gedaagde

Minister van Asiel en Migratie

Beroep gegrond verklaard; minister krijgt zes weken om alsnog te beslissen op de asielaanvraag, op straffe van een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000.

  • Minister heeft niet tijdig een nieuw besluit genomen na de uitspraak van de Raad van State van 22 januari 2025
  • Rechtbank wijkt af van het gebruikelijke '8+8 wekenmodel' en legt een kortere beslistermijn van zes weken op
  • Dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van €15.000
  • Minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €467

Samenvatting

Een vrouw met minderjarige kinderen wacht al jaren op een beslissing over haar asielaanvraag. De aanvraag dateert van november 2022 en liep zo moeizaam dat de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in januari 2025 oordeelde dat de minister van Asiel en Migratie opnieuw een besluit moest nemen. Dat nieuwe besluit bleef echter ook uit.

Na het verstrijken van de daarvoor geldende termijn sommeerde de vrouw de minister om binnen twee weken alsnog te beslissen. Ook dat haalde niets uit, waarop zij beroep instelde bij de rechtbank wegens het niet tijdig nemen van een besluit.

De rechtbank in Den Haag stelt vast dat de minister ruimschoots te laat is en verklaart het beroep gegrond. Normaal gesproken wordt bij dit soort zaken het zogenoemde '8+8 wekenmodel' gehanteerd als richtlijn voor een nieuwe beslistermijn. De rechtbank vindt in dit geval echter een kortere termijn gerechtvaardigd, omdat de zaak al lang genoeg heeft gesleept.

De minister krijgt zes weken de tijd om een besluit te nemen op de asielaanvraag. Blijft een besluit ook dan uit, dan moet de minister een dwangsom van honderd euro per dag betalen, met een maximum van vijftienduizend euro. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vrouw, vastgesteld op 467 euro.

Betrokken advocaten

mr. I.M. Hidding

eiser

Inge Hidding Advocaat, DIEVER

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

31 maart 2026

Zaaknummer

NL26.4720

Procedure

Vereenvoudigde behandeling

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:7305

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst schadevergoeding af voor Ghanese man in vreemdelingenbewaring
Rechtbank Den Haag·8 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Ghanees krijgt geen verblijfsdocument EU/EER: relatie onvoldoende bewezen
Rechtbank Den Haag·8 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter bevestigt bewaring Marokkaanse asielzoeker in grensprocedure
Rechtbank Den Haag·7 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter: minister moet binnen 8 weken beslissen op Syrische asielaanvraag
Rechtbank Den Haag·7 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter dwingt minister tot besluit over asielaanvraag na 21 maanden wachten
Rechtbank Den Haag·7 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht