Rechter veroordeelt minister tot proceskosten na te laat beslissen op asielaanvraag — RBDHA:2026:7336
Asielrecht / niet-tijdig beslissen / proceskostenveroordeling
Eiser / verzoeker
Asielzoeker (anoniem)
Verweerder / gedaagde
Minister van Asiel en Migratie
Verweerder (minister van Asiel en Migratie) wordt veroordeeld tot betaling van € 467 aan proceskosten aan verzoeker.
- Minister besloot pas op asielaanvraag nadat beroep wegens niet-tijdig beslissen was ingesteld, waarmee hij aan verzoeker tegemoet kwam.
- Intrekking van beroep staat proceskostenveroordeling niet in de weg als het bestuursorgaan alsnog aan de indiener tegemoetkomt (artikel 8:75a Awb).
- Rechtbank past wegingsfactor 'licht' (0,5) toe omdat het beroep uitsluitend zag op het niet tijdig nemen van een besluit.
- Proceskosten vastgesteld op € 467 op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Samenvatting
Een asielzoeker diende in juli 2021 een asielaanvraag in bij de Nederlandse overheid. Toen de minister van Asiel en Migratie niet binnen de wettelijke termijn een besluit nam, stapte de man in mei 2022 naar de rechtbank en stelde beroep in wegens het niet-tijdig beslissen.
Na het instellen van het beroep besloot de minister alsnog — in juli 2022 — op de aanvraag. Omdat er daarmee een besluit was genomen, trok de asielzoeker zijn beroep in. Wel vroeg hij de rechtbank om de minister te veroordelen in de proceskosten die hij had moeten maken om de overheid tot actie te dwingen.
De rechtbank oordeelde dat de minister door alsnog een besluit te nemen, geheel of gedeeltelijk aan de verzoeker tegemoet was gekomen. Dat is de wettelijke voorwaarde waaronder een bestuursorgaan ondanks intrekking van het beroep toch in de proceskosten kan worden veroordeeld. Het verzoek werd dan ook als kennelijk gegrond aangemerkt.
Bij de berekening van de proceskosten paste de rechtbank een lichte wegingsfactor toe, omdat het beroep uitsluitend betrekking had op het niet tijdig nemen van een besluit — een relatief eenvoudige zaak. De minister werd veroordeeld tot betaling van € 467 aan proceskosten.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:860, Rechtbank Den Haag, 20-01-2026, NL25.33066
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:720, Rechtbank Den Haag, 15-01-2026, NL25.37018
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:719, Rechtbank Den Haag, 15-01-2026, NL25.37015
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:23723, Rechtbank Den Haag, 10-12-2025, NL25.18016
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL22.8076
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:7336