Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:7368Strafrecht

Haagse supermarktmedewerkster vrijgesproken van medeplegen overval — RBDHA:2026:7368

strafrecht / medeplegen gewapende overval, witwassen, oplichting

Eiser / verzoeker

Officier van justitie mr. I. Raterman

VS

Verweerder / gedaagde

Verdachte (voormalig Albert Heijn-medewerkster)

Verdachte vrijgesproken van medeplegen gewapende overval en oplichting, maar veroordeeld voor medeplegen van witwassen van een Louis Vuitton-tas ter waarde van circa €1.060.

  • Vrijspraak van medeplegen gewapende overval omdat de onherroepelijke vrijspraak van de vermoedelijke overvaller (haar vriend) meebrengt dat de rechtbank van diens onschuld moet uitgaan, waardoor onvoldoende bewijs resteert voor samenwerking met een onbekende dader.
  • Vrijspraak van oplichting van het Schadefonds Geweldsmisdrijven, omdat bij gebreke van bewijs van strafbare betrokkenheid bij de overval niet kan worden vastgesteld dat zij geen slachtoffer was.
  • Bewezenverklaring van medeplegen witwassen: verdachte kocht met €2.000 contant van haar vriend (afkomstig uit de gestolen zegels of ander misdrijf) een Louis Vuitton-tas en kon geen aannemelijke herkomstverklaring geven.
  • De rechtbank past het EHRM-arrest Melo Tadeu v. Portugal toe: een onherroepelijke vrijspraak van een medeverdachte bindt de rechtbank bij de beoordeling van de zaak van een andere verdachte.

Samenvatting

Op 9 december 2020 werd een Albert Heijn-filiaal in Den Haag overvallen. Een gemaskerd persoon verborg zich in een koelcel, wachtte tot twee medewerkers de kluiskamer betraden, en wist hen vervolgens met een mes te dwingen de kluis te openen. Er werd ruim €12.000 aan geld en koopzegels buitgemaakt. Eén van de medewerkers was een jonge vrouw die later verdacht zou worden van betrokkenheid bij de overval als insider.

De politie vermoedde dat de vrouw, die op het moment van de overval een relatie had met een andere verdachte, de overvaller van binnenuit had geholpen. Zo zou zij haar werkrooster hebben gedeeld, leek zij de deur van de kluisruimte te openen terwijl ze door het kijkgaatje niemand kon zien, en zocht ze de dag erna op haar telefoon naar informatie over Albert Heijn-koopzegels. Ook haar gedrag na de overval — waarbij ze ogenschijnlijk rustig overlegd zou hebben met de overvaller en bij de uitgang zou hebben gecontroleerd of hij weg was — wekte argwaan.

De sleutel in deze zaak bleek echter de vrijspraak van haar toenmalige vriend, de vermoedelijke overvaller. Zowel de rechtbank (in 2021) als het gerechtshof (in 2025) sprak hem vrij. Die vrijspraak is onherroepelijk, en dat heeft grote gevolgen: de rechtbank moet nu ook in de zaak van de vrouw uitgaan van zijn onschuld. Daarmee ontvalt de basis aan beide scenario's waarin zij als insider zou hebben samengewerkt met hem of met iemand via hem.

Zonder de veronderstelde link met haar vriend resteert de vraag of er bewijs is voor een bewuste samenwerking tussen de vrouw en een onbekend gebleven overvaller. De rechtbank oordeelt dat de aanwijzingen daarvoor te zwak zijn. Haar gedrag op de camerabeelden roept vragen op, maar kan ook worden verklaard door onoplettendheid of nalatigheid. Dat zij als eerste werd aangesproken door de overvaller kan toeval zijn. Het zoeken naar informatie over koopzegels past weliswaar bij een eventuele betrokkenheid, maar biedt onvoldoende bewijs voor een concreet plan met een onbekende dader. De rechtbank spreekt haar vrij van de gewapende overval en de afpersing van haar collega.

Ook de tweede aanklacht — oplichting van het Schadefonds Geweldsmisdrijven — vervalt daarmee. De vrouw had na de overval als slachtoffer een vergoeding aangevraagd bij dit fonds. Als zij zelf geen strafbaar aandeel had in de overval, kon zij immers wél als slachtoffer worden aangemerkt, en is er geen bewijs van oplichting.

Voor één punt werd zij wél veroordeeld: witwassen. Haar vriend gaf haar kort na de overval tweeduizend euro in contanten — twintig briefjes van vijftig euro — waarmee zij een Louis Vuitton-tas kocht. De rechtbank oordeelt dat dit geld afkomstig was uit de gestolen koopzegels of uit een ander misdrijf, mede omdat haar vriend slechts een inkomen had van minder dan duizend euro per maand. De vrouw heeft dit geld op haar rekening gestort en er een tas van gekocht, terwijl zij geen aannemelijke verklaring kon geven voor de herkomst ervan. Daarmee is zij schuldig aan het medeplegen van witwassen van de tas ter waarde van ruim duizend euro.

Betrokken advocaten

mr. I.A. van Straalen

verdachte

Summit Advocaten, 'S-GRAVENHAGE

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

31 maart 2026

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

09-0294602-21 en 09-046723-22 (ttz.gev.)

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:7368

Bekijk op rechtspraak.nl