Asielverzoeker krijgt geen voorlopige voorziening na afgewezen beroep — RBDHA:2026:7391
asiel / voorlopige voorziening / kennelijk ongegronde aanvraag
Eiser / verzoeker
asielzoeker (verzoeker)
Verweerder / gedaagde
minister van Asiel en Migratie
Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak al is beslist en de voorziening daardoor geen doel meer dient.
- Asielaanvraag was al afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 3 oktober 2025
- Rechtbank deed op 4 februari 2026 uitspraak in de beroepsprocedure
- Omdat geen hoger beroep werd ingesteld, was de voorlopige voorziening niet meer nodig
- Verzoek afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling van de asielaanvraag
Samenvatting
Een asielzoeker die in augustus 2025 een asielaanvraag indiende, kreeg zijn verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen door de voorzieningenrechter van Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen.
De minister van Asiel en Migratie had de asielaanvraag op 3 oktober 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond. De asielzoeker tekende beroep aan en vroeg tegelijkertijd om een voorlopige voorziening, bedoeld om te voorkomen dat hij tijdens de procedure zou worden uitgezet.
Een voorlopige voorziening is een tijdelijke maatregel die een rechter kan opleggen in afwachting van een definitieve uitspraak in de hoofdzaak. In dit geval was zo'n maatregel echter niet meer nodig: de rechtbank had al op 4 februari 2026 uitspraak gedaan in de beroepsprocedure zelf. Omdat tegen die uitspraak geen hoger beroep werd ingesteld, was de zaak daarmee definitief afgerond.
Omdat de hoofdzaak al was beslist, had een voorlopige voorziening geen doel meer. De voorzieningenrechter wees het verzoek dan ook af, zonder inhoudelijk te oordelen over de asielaanvraag of het beroep. Er was evenmin aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze beslissing staat geen hoger beroep of verzet open.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1960, Rechtbank Den Haag, 05-02-2026, NL25.33249
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1856, Rechtbank Den Haag, 04-02-2026, NL25.49598
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1812, Rechtbank Den Haag, 03-02-2026, NL25.51770
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1813, Rechtbank Den Haag, 03-02-2026, NL25.51771
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
1 april 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.49599
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:7391