Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:7402Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Rechter dwingt minister tot besluit over asielaanvraag met dwangsom — RBDHA:2026:7402

asielrecht / niet tijdig beslissen op asielaanvraag

Eiser / verzoeker

Asielzoeker (naam geanonimiseerd)

VS

Verweerder / gedaagde

Minister van Asiel en Migratie

Beroep gegrond verklaard; minister krijgt zestien weken om alsnog te beslissen op de asielaanvraag, op straffe van een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000, en moet €467 aan proceskosten vergoeden.

  • Beslistermijn op asielaanvraag van 13 juni 2025 is verstreken zonder besluit van de minister
  • Rechtbank legt nieuwe beslistermijn van zestien weken op, gebaseerd op het '8+8 wekenmodel' van de Raad van State
  • Dwangsom van €100 per dag (maximum €15.000) opgelegd bij overschrijding van de nieuwe termijn
  • Minister veroordeeld tot betaling van €467 aan proceskosten

Samenvatting

Een asielzoeker heeft met succes beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag omdat de minister van Asiel en Migratie niet op tijd heeft beslist op zijn asielaanvraag. Die aanvraag werd ingediend op 13 juni 2025, maar de wettelijke beslistermijn verstreek zonder dat er een besluit viel.

Nadat de beslistermijn was verlopen, sommeerde de asielzoeker de minister om alsnog binnen twee weken een beslissing te nemen. Toen ook dat uitbleef, stapte hij naar de rechter. De rechtbank behandelde de zaak zonder zitting en oordeelde dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is: de minister heeft simpelweg zijn wettelijke plicht niet nagekomen.

Bij het opleggen van een nieuwe beslistermijn hield de rechtbank rekening met het zogeheten '8+8 wekenmodel', een maatstaf die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft ontwikkeld voor dit soort situaties. Dat model leidt in dit geval tot een termijn van zestien weken, gerekend vanaf de dag na bekendmaking van de uitspraak.

Om de naleving te waarborgen, legt de rechtbank een dwangsom op. Zolang de minister de nieuwe termijn overschrijdt, loopt er een boete van honderd euro per dag op, met een maximum van vijftienduizend euro. Daarnaast moet de minister de proceskosten van de asielzoeker vergoeden. De rechtbank stelt die kosten vast op 467 euro, berekend op basis van het indienen van het beroepschrift door de gemachtigde.

Betrokken advocaten

mr. H.T. Gerbrandy

eiser

Utens Advocaten, LEEUWARDEN

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

1 april 2026

Zaaknummer

NL26.12356

Procedure

Vereenvoudigde behandeling

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:7402

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst spoedmaatregel asielzoeker af na Dublin-overdracht
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Nigeriaanse man verliest beroep tegen terugkeerbesluit
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter wijst voorlopige voorziening Jordaanse asielzoeker af
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Jordaanse man verliest beroep tegen afwijzing tweede asielaanvraag
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter vernietigt afwijzing asielaanvraag Somalische man die nooit in Somalië woonde
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht