Rechtbank handhaaft bewaring Libische man ondanks beroep op EU-arrest — RBDHA:2026:7403
vreemdelingenbewaring / toepassing maximale bewaringsduur Terugkeerrichtlijn
Eiser / verzoeker
Libische man (V-nummer geanonimiseerd)
Verweerder / gedaagde
Minister van Asiel en Migratie
Beroep ongegrond verklaard en verzoek om schadevergoeding afgewezen; de maatregel van bewaring blijft in stand.
- Nieuwe jurisprudentie (arrest Aroja van het HvJ EU) kwalificeert niet als nieuw feit dat herziening van onherroepelijke rechterlijke uitspraken rechtvaardigt.
- Het verlengingsbesluit van 23 december 2025 valt buiten de omvang van het geschil en kan in deze procedure niet worden getoetst.
- Zolang de maximale bewaringsduur van achttien maanden niet is overschreden en aan de materiële voorwaarden is voldaan, verplicht het arrest Aroja niet tot beëindiging van de bewaring.
- De onbestreden zware en lichte gronden — waaronder het onttrekken aan toezicht, weigering mee te werken en geen vaste verblijfplaats — dragen de maatregel van bewaring.
Samenvatting
Een Libische man die al geruime tijd in vreemdelingenbewaring zit, probeerde via de rechter zijn vrijheid te krijgen. Hij voerde aan dat zijn bewaring onrechtmatig was geworden door een recent arrest van het Europese Hof van Justitie, het zogeheten arrest Aroja. Dat arrest bepaalt dat alle afzonderlijke perioden van bewaring bij elkaar moeten worden opgeteld als ze ter uitvoering van hetzelfde terugkeerbesluit zijn opgelegd, en dat de maximale bewaringsduur achttien maanden is.
De man zat al eerder meerdere keren in bewaring, afgewisseld met perioden van strafrechtelijke detentie en korte opheffingen van de bewaring. Zijn advocaat betoogde dat als je alle bewaringsperiodes optelt volgens de nieuwe Europese regels, een verlengingsbesluit al in oktober 2025 genomen had moeten worden in plaats van op 23 december 2025. Daarmee zou dat verlengingsbesluit ruim 51 dagen te laat zijn genomen, wat de gehele daaropvolgende bewaring onrechtmatig zou maken.
De rechtbank ging daar niet in mee. Ten eerste wees de rechter erop dat het verlengingsbesluit van december 2025 helemaal niet ter discussie stond in deze zaak — die gaat immers over de nieuwe maatregel van bewaring die op 16 maart 2026 is opgelegd. Ten tweede zou het honoreren van dit argument neerkomen op het herroepen van eerder gedane, onherroepelijke rechterlijke uitspraken. Daarvoor bestaat een strikte maatstaf: er moet sprake zijn van een nieuw feit. Nieuwe jurisprudentie, zoals een recent EU-arrest, geldt juridisch niet als zo'n nieuw feit dat herziening rechtvaardigt.
Ook het argument dat het verlengingsbesluit niet snel genoeg aan een rechter was voorgelegd, sneed geen hout. Het Hof van Justitie heeft in het arrest Aroja zelf bepaald dat als aan alle inhoudelijke voorwaarden voor bewaring is voldaan én de maximale duur van achttien maanden nog niet is verstreken, er geen verplichting bestaat om de bewaring te beëindigen. In dit geval was die achttien maanden niet overschreden.
De rechtbank keek ook naar de inhoud van de bewaring zelf. De minister had de maatregel gebaseerd op meerdere zware gronden: de man had zich eerder aan toezicht onttrokken, had ondanks een vertrekplicht Nederland niet verlaten, werkte onvoldoende mee aan vaststelling van zijn identiteit en had aangegeven niet te willen terugkeren. Daarnaast golden er lichte gronden, zoals het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats en onvoldoende bestaansmiddelen. De man had deze gronden niet bestreden, en de rechtbank oordeelde dat zij de bewaring ruimschoots konden dragen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Betrokken advocaten
mr. C.J. Ohrtmann
verweerder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:18235, Rechtbank Den Haag, 19-09-2025, NL25.43326
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:GHDHA:2025:508, Gerechtshof Den Haag, 19-03-2025, BK-24/684
Gerechtshof Den Haag · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:4636, Rechtbank Den Haag, 27-03-2024, NL23.36238
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:4647, Rechtbank Den Haag, 27-03-2024, NL23.35389
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
1 april 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL26.15280
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:7403