Rechter dwingt minister tot besluit op asielaanvraag binnen zestien weken — RBDHA:2026:7411
Asielrecht / niet tijdig beslissen op asielaanvraag
Eiser / verzoeker
Asielzoeker (naam geanonimiseerd)
Verweerder / gedaagde
Minister van Asiel en Migratie
Beroep gegrond verklaard; minister moet binnen zestien weken alsnog beslissen op de asielaanvraag, op straffe van een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000, en moet €467 aan proceskosten vergoeden.
- De wettelijke beslistermijn op de asielaanvraag van 15 juni 2025 was verstreken zonder besluit van de minister.
- De rechtbank paste het '8+8 wekenmodel' toe en gaf de minister zestien weken om alsnog te beslissen.
- Er werd een rechterlijke dwangsom opgelegd van €100 per dag bij overschrijding van de nieuwe termijn, met een maximum van €15.000.
- De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €467.
Samenvatting
Een asielzoeker heeft met succes beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag omdat de minister van Asiel en Migratie niet op tijd heeft beslist op zijn asielaanvraag van 15 juni 2025. De rechtbank deed uitspraak zonder zitting en verklaarde het beroep kennelijk gegrond.
De procedure begon nadat de wettelijke beslistermijn was verstreken zonder dat de minister een besluit had genomen. De asielzoeker sommeerde de minister daarop alsnog binnen twee weken te beslissen, maar ook dat bleef zonder resultaat. Vervolgens stapte hij naar de rechter.
De rechtbank stelde vast dat de minister inderdaad te laat is. Bij het bepalen van een nieuwe redelijke beslistermijn volgde de rechtbank de lijn die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder heeft uitgezet: het zogenoemde '8+8 wekenmodel'. Dit model houdt in dat de minister in totaal zestien weken de tijd krijgt om alsnog een beslissing te nemen op de asielaanvraag. Die termijn gaat lopen op de dag na bekendmaking van de uitspraak.
Om te voorkomen dat de minister ook deze nieuwe termijn naast zich neerlegt, legde de rechtbank een dwangsom op. Voor elke dag dat de minister de zestien-wekentermijn overschrijdt, moet hij honderd euro betalen aan de asielzoeker, met een maximum van vijftienduizend euro. Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de asielzoeker, vastgesteld op 467 euro.
Betrokken advocaten
mr. H.T. Gerbandy
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
Rechter dwingt minister tot beslissen op asielaanvraag met dwangsom
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter dwingt minister tot besluit over asielaanvraag met dwangsom
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter dwingt minister tot beslissen op asielaanvraag met dwangsom
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter dwingt minister tot besluit over Syrische asielzaak
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
1 april 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL26.12596
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:7411