Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:7426Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Rechter dwingt minister tot beslissing op te trage asielaanvraag — RBDHA:2026:7426

Asiel en migratie / niet tijdig beslissen op asielaanvraag / dwangsom bestuursrecht

Eiser / verzoeker

Asielzoekster (naam geanonimiseerd)

VS

Verweerder / gedaagde

Minister van Asiel en Migratie

Beroep gegrond verklaard; minister moet binnen zestien weken beslissen op de asielaanvraag, op straffe van een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000, en moet €467 aan proceskosten vergoeden.

  • De wettelijke beslistermijn op de asielaanvraag van 14 juli 2025 is door de minister overschreden, wat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond maakt.
  • De rechtbank past het '8+8 wekenmodel' van de Afdeling bestuursrechtspraak toe en legt een nieuwe beslistermijn van zestien weken op.
  • Bij overschrijding van de nieuwe termijn verbeurt de minister een dwangsom van €100 per dag, met een maximum van €15.000.
  • De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €467.

Samenvatting

Een asielzoekster heeft met succes beroep ingesteld omdat de minister van Asiel en Migratie niet op tijd heeft beslist op haar asielaanvraag van 14 juli 2025. De rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, stelde vast dat de wettelijke beslistermijn was verstreken zonder dat er een besluit was genomen.

Nadat de minister de termijn had laten verlopen, sommeerde de vrouw hem alsnog binnen twee weken een beslissing te nemen. Toen ook die termijn zonder resultaat verstreek, stapte zij naar de rechter. De rechtbank verklaarde het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond: de minister heeft zijn wettelijke plicht verzuimd.

Bij het vaststellen van een nieuwe termijn volgde de rechtbank het zogenoemde '8+8 wekenmodel' dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft ontwikkeld voor dit soort zaken. Op basis daarvan krijgt de minister zestien weken de tijd om alsnog een besluit te nemen op de asielaanvraag. Die termijn gaat in op de dag na bekendmaking van de uitspraak.

Om te waarborgen dat de minister zich ook daadwerkelijk aan deze nieuwe termijn houdt, legt de rechtbank een dwangsom op van honderd euro per dag dat hij te laat is, met een maximum van vijftienduizend euro. Daarnaast moet de minister de proceskosten van de vrouw vergoeden, vastgesteld op 467 euro.

Betrokken advocaten

mr. I.M. Hidding

eiser

Inge Hidding Advocaat, DIEVER

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

1 april 2026

Zaaknummer

NL26.10483

Procedure

Vereenvoudigde behandeling

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:7426

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst spoedmaatregel asielzoeker af na Dublin-overdracht
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Nigeriaanse man verliest beroep tegen terugkeerbesluit
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter wijst voorlopige voorziening Jordaanse asielzoeker af
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Jordaanse man verliest beroep tegen afwijzing tweede asielaanvraag
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter vernietigt afwijzing asielaanvraag Somalische man die nooit in Somalië woonde
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht