Rechter vernietigt afwijzing asielaanvraag Somalische man die nooit in Somalië woonde — RBDHA:2026:7555
Asiel en vreemdelingenrecht — afwijzing asielaanvraag / risico bij terugkeer naar Somalië
Eiser / verzoeker
Somalische asielzoeker (V-nummer geanonimiseerd)
Verweerder / gedaagde
Minister van Asiel en Migratie
Beroep gegrond verklaard, asielbesluit vernietigd; minister moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen en €1.868 proceskosten vergoeden.
- Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat eiser bij terugkeer naar Somalië geen reëel risico op ernstige schade loopt (schending artikel 3:46 Awb).
- Ambtsberichten (2023 en 2025) tonen dat risico's voor terugkeerders sterk afhangen van individuele omstandigheden en sociaal netwerk; gedwongen terugkeerders worden door clan mogelijk niet opgevangen.
- Man is nooit in Somalië geweest, heeft er geen familie of netwerk, spreekt Somalisch met vermoedelijk accent en heeft zijn leven buiten Somalië doorgebracht.
- Beroep op clansteun (Ajuraan/Hawiye) acht de rechtbank onvoldoende gemotiveerd in het licht van de ambtsberichtinformatie over gedwongen terugkeerders.
- Asielbesluit van 17 juni 2024 vernietigd; nieuw besluit vereist binnen zes weken.
Samenvatting
Een Somalische man die zijn hele leven in Saoedi-Arabië woonde en nooit voet op Somalische bodem heeft gezet, hoeft voorlopig niet terug naar Somalië. De rechtbank Den Haag oordeelde dat de minister van Asiel en Migratie onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de man geen reëel risico zou lopen op ernstige schade bij terugkeer.
De man, geboren in 1997 in Saoedi-Arabië, heeft de Somalische nationaliteit maar heeft nimmer in Somalië gewoond. In 2018 verliet hij Saoedi-Arabië, waar hij zonder verblijfsvergunning had gewoond. In januari 2023 vroeg hij in Nederland asiel aan. Als redenen voerde hij aan dat hij niet terug kan naar Saoedi-Arabië vanwege ontbrekend verblijfsrecht, en dat hij Somalië niet kent, er geen familie of netwerk heeft en vreest te worden geronseld door de terreurbeweging Al-Shabaab. Zijn vader werd in 2011 vanuit Saoedi-Arabië gedeporteerd naar Somalië en is sindsdien spoorloos.
De minister erkende dat het asielrelaas geloofwaardig is, maar wees de aanvraag toch af. Volgens de minister kan de man zich vestigen in Mogadishu, dat onder controle staat van de Somalische overheid en niet van Al-Shabaab. De man behoort bovendien tot de Ajuraan-stam, een subclan van de meerderheidsclan Hawiye die voornamelijk in Mogadishu is gevestigd. Van een volwassen man mag enige zelfredzaamheid worden verwacht, aldus de minister.
De rechtbank veegde die redenering van tafel. Uit de officiële ambtsberichten over Somalië — zowel uit juni 2023 als maart 2025 — blijkt dat de risico's voor terugkeerders sterk afhangen van hun individuele omstandigheden en sociale netwerk. Terugkeerders die van jongs af aan buiten Somalië hebben geleefd, zijn doorgaans herkenbaar aan hun accent, kleding en gedrag, en kunnen te maken krijgen met discriminatie en uitsluiting. Gedwongen terugkeerders worden in de Somalische samenleving bovendien vaak geassocieerd met 'slecht gedrag', wat ertoe kan leiden dat de eigen clan hen niet opvangt en zij geen werk kunnen vinden.
De man spreekt wel Somalisch — dat bleek uit zijn gehoren met een Somalische tolk — maar de rechtbank acht het aannemelijk dat hij een accent heeft en geen uitgebreide woordenschat. Hij heeft geen familie in Somalië, is er nooit geweest, groeide op in Saoedi-Arabië en woont inmiddels ruim drie jaar in Nederland. De stelling dat hij steun kan krijgen van zijn clan achtte de rechtbank, gelet op de ambtsberichtinformatie, onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit van 17 juni 2024 en droeg de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Daarnaast moet de minister €1.868 aan proceskosten vergoeden.
Betrokken advocaten
mr. R.P.G. van Bel
verweerder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1628, Rechtbank Den Haag, 30-01-2026, NL26.2131
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1448, Rechtbank Den Haag, 27-01-2026, NL26.1980
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1075, Rechtbank Den Haag, 22-01-2026, NL26.1979
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:893, Rechtbank Den Haag, 20-01-2026, NL26.912
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 april 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL24.25742
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:7555