Hagenaar vrijgesproken van witwassen, wel veroordeeld voor wapenbezit — RBDHA:2026:7604
Wapenbezit / witwassen (vrijspraak) / Wet wapens en munitie
Eiser / verzoeker
Officier van justitie
Verweerder / gedaagde
Verdachte
Verdachte vrijgesproken van witwassen, veroordeeld voor wapenbezit en alarmpistool tot 8 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.
- Vrijspraak van witwassen omdat de verdachte een concrete en niet op voorhand onwaarschijnlijke verklaring gaf over de legale herkomst van het geld via de toeslagenaffaire, en het OM onvoldoende nader onderzoek deed naar die verklaring.
- Veroordeling voor het voorhanden hebben van een semi-automatisch pistool (Zastava) en munitie, aangetroffen in een auto op naam van de verdachte.
- Veroordeling voor het voorhanden hebben van een alarmpistool in 2022, waarvoor de verdachte een bekennende verklaring aflegde.
- Overschrijding van de redelijke termijn in de zaak over het alarmpistool (parketnummer 10/072157-23) betrokken bij strafoplegging.
- Gevangenisstraf van 8 maanden opgelegd met aftrek van voorarrest.
Samenvatting
Een man uit Den Haag stond terecht voor het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie, witwassen van bijna zesduizend euro, en het bezit van een alarmpistool. De rechtbank Den Haag deed op 2 april 2026 uitspraak in deze gecombineerde zaak.
Op 19 juli 2025 surveilleerden agenten in de buurt van het festival 7Fest op de Prinsessengracht in Den Haag. Zij zagen twee mannen die verdacht gedrag vertoonden: ze keken meerdere keren de kant van de agenten op en liepen heen en weer tussen twee geparkeerde auto's. Toen een agent met een zaklamp door het raam van een witte Audi scheen — die op naam van de verdachte stond — zag hij onder de bijrijdersstoel een voorwerp dat leek op een vuurwapen. Bij doorzoeking van de auto bleek het te gaan om een semi-automatisch pistool van het merk Zastava met bijbehorende munitie. In de kofferbak lag een sporttas met daarin bijna zesduizend euro contant geld, een paspoort op naam van iemand anders dan de verdachte, en een bivakmuts.
Het witwassen van het geldbedrag leverde een juridisch interessante discussie op. De rechtbank erkende dat de omstandigheden waaronder het geld werd gevonden verdacht waren: een groot bedrag in kleine coupures, aangetroffen naast een vuurwapen en een bivakmuts, met het paspoort van een ander in dezelfde tas. Dat rechtvaardigde een vermoeden van witwassen. De verdachte gaf echter een verklaring: hij had het geld ontvangen via de toeslagenaffaire, waarbij de gemeente Nissewaard hem ruim twaalfduizend euro had overgemaakt. Hij bewaarde liever cash dan op de bank. Bij de politie overhandigde hij bankafschriften waaruit een storting van de gemeente bleek.
De rechtbank vond deze verklaring concreet genoeg, min of meer controleerbaar en niet op voorhand ongeloofwaardig. Vervolgens was het aan het Openbaar Ministerie om die verklaring nader te onderzoeken. Dat onderzoek schoot echter tekort: er werd slechts gekeken naar transactiegegevens van één bankrekening, zonder dat duidelijk was over welke periode die gegevens gingen of wat de aard van de transacties was. Er werd niet onderzocht of er meer gemeentelijke stortingen waren gedaan, noch werd gekeken naar het legale inkomen of financiële patronen van de verdachte. De rechtbank oordeelde dat dit onvoldoende was om de legale herkomst van het geld met voldoende zekerheid uit te sluiten. De verdachte werd daarom vrijgesproken van witwassen.
Voor het wapenbezit op 19 juli 2025 werd de verdachte wel veroordeeld. Ook de tweede zaak — het voorhanden hebben van een alarmpistool in Spijkenisse op 28 december 2022 — leidde tot een veroordeling. De verdachte had dit feit bekend en de rechtbank hechtte geloof aan die bekentenis.
Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met overschrijding van de redelijke termijn in de zaak over het alarmpistool uit 2022: die zaak sleepte te lang aan. De rechtbank legde uiteindelijk een gevangenisstraf van acht maanden op, waarbij de tijd die de verdachte al in voorarrest had doorgebracht in mindering wordt gebracht.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNHO:2026:1517, Rechtbank Noord-Holland, 13-02-2026, 15/146058-24
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:995, Rechtbank Den Haag, 22-01-2026, 09-211137-25 en 10-238494-23 (tul)
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:RBROT:2026:1268, Rechtbank Rotterdam, 09-01-2026, C/10/712177 / FA RK 25-9727
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:10142, Rechtbank Amsterdam, 17-12-2025, 13-252388-25
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Internationaal Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 april 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
09-219470-25, 10-072157-23 (ttz. gev.)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:7604