Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:7605Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Nigeriaanse man verliest beroep tegen terugkeerbesluit — RBDHA:2026:7605

terugkeerbesluit / beëindiging tijdelijke bescherming / vreemdelingenrecht

Eiser / verzoeker

Nigeriaanse man (naam gepseudonimiseerd)

VS

Verweerder / gedaagde

Minister van Asiel en Migratie

Het beroep van de Nigeriaanse man tegen het terugkeerbesluit is ongegrond verklaard; het terugkeerbesluit blijft in stand.

  • Terugkeerbesluit op 6 augustus 2025 was rechtmatig omdat eiser op dat moment geen procedureel rechtmatig verblijf had; latere aanvraag EU-verblijfsdocument maakt dit niet anders.
  • Bevriezingsmaatregel stond niet in de weg aan het opleggen van een terugkeerbesluit, nu tijdelijke bescherming al per 4 maart 2024 was beëindigd.
  • Vermelding 'land van nationaliteit' in plaats van expliciete landnaam voldoet aan de Terugkeerrichtlijn, nu eiser Nigeria als herkomstland niet heeft betwist.
  • Minister was bij terugkeerbesluit niet verplicht tot volledige EVRM-artikel 8-belangenafweging; werk als opgebouwd privéleven volstaat niet als grond om terugkeerbesluit achterwege te laten.
  • Hoorplicht niet geschonden nu eiser eerder een zienswijze heeft ingediend.

Samenvatting

Een Nigeriaanse man die onder de Europese regeling voor tijdelijke bescherming in Nederland verbleef, verloor zijn beroep tegen een terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank Den Haag, zittend in Groningen, oordeelde dat de minister het besluit rechtmatig had opgelegd.

De man had tijdelijke bescherming genoten, maar die status eindigde op 4 maart 2024. Vanwege een lopende juridische procedure bij het Europees Hof werd zijn situatie tijdelijk 'bevroren', waardoor hij tot 4 september 2025 nog rechten kon uitoefenen zoals werken en wonen in de opvang. Op 6 augustus 2025 legde de minister hem een terugkeerbesluit op, dat hem verplichtte om vier weken na 4 september 2025 Nederland te verlaten.

De man voerde meerdere bezwaren aan. Zo stelde hij dat hij op 16 september 2025 een aanvraag had ingediend voor een EU-verblijfsdocument en daardoor rechtmatig in Nederland verbleef. De rechtbank volgde dit argument niet: op het moment dat het terugkeerbesluit werd uitgevaardigd — 6 augustus 2025 — had hij nog geen verblijfsrecht. Dat het terugkeerbesluit later werd opgeschort door zijn aanvraag, betekent niet dat het besluit onrechtmatig was genomen.

Ook zijn argument dat het besluit te vroeg was genomen omdat de bevriezingsmaatregel nog van kracht was, werd verworpen. De rechtbank stelde dat de bevriezingsmaatregel er puur op gericht was om een prejudiciële procedure af te wachten, en niet in de weg stond aan het opleggen van een terugkeerbesluit.

Daarnaast klaagde de man erover dat in het terugkeerbesluit niet uitdrukkelijk Nigeria als bestemming was vermeld, maar slechts 'het land van nationaliteit'. De rechtbank zag dit niet als een fatale fout: de man had immers niet betwist dat Nigeria zijn land van herkomst is of dat terugkeer daarheen onmogelijk zou zijn.

Ten slotte voerde de man aan dat de minister onvoldoende rekening had gehouden met zijn opgebouwde privéleven in Nederland, met name vanwege zijn werk, en dat hij hierover niet was gehoord. De rechtbank oordeelde dat de minister bij de beëindiging van tijdelijke bescherming niet verplicht is een volledige belangenafweging te maken op grond van het recht op privéleven zoals vastgelegd in het EVRM. Wel moet de minister bij het terugkeerbesluit rekening houden met factoren als gezinsleven en gezondheid — en dat had hij gedaan. Het feit dat de man werk had, was volgens de rechtbank onvoldoende reden om van het besluit af te zien. Als hij meent recht te hebben op een reguliere verblijfsvergunning, kan hij daarvoor een aparte aanvraag indienen. Over het niet-gehoord zijn merkte de rechtbank op dat de man eerder wél de kans had gekregen een zienswijze in te dienen en daar ook gebruik van had gemaakt.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De man krijgt geen proceskostenvergoeding en zal Nederland moeten verlaten.

Betrokken advocaten

mr. A.S. Sewman

eiser

Bruinsma Advocaten, LEMMER

mr. H.R. Nobel

verweerder

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

2 april 2026

Zaaknummer

NL25.42371

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:7605

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst spoedmaatregel asielzoeker af na Dublin-overdracht
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter wijst voorlopige voorziening Jordaanse asielzoeker af
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Jordaanse man verliest beroep tegen afwijzing tweede asielaanvraag
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter vernietigt afwijzing asielaanvraag Somalische man die nooit in Somalië woonde
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Algerijnse asielzoeker moet naar Zwitserland terugkeren
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht