Marechaussee-medewerker vrijgesproken van tankpasfraude bij Defensie — RBDHA:2026:7617
strafrecht / fraude / lekken vertrouwelijke informatie / vrijspraak
Eiser / verzoeker
Officier van justitie (OM)
Verweerder / gedaagde
Verdachte, medewerker Koninklijke Marechaussee
Verdachte volledig vrijgesproken van alle drie de tenlastegelegde feiten (diefstal tankpassen, skimmen en lekken van onderzoeksinformatie).
- Vrijspraak diefstal tankpas: onvoldoende bewijs voor opzet of wederrechtelijk oogmerk; verdachte nam pas per ongeluk mee en medeverdachte pakte hem mogelijk zonder medeweten van verdachte uit diens tas.
- Vrijspraak skimmen: geen enkele aanwijzing in dossier dat verdachte zelfstandig of in vereniging tankpassen heeft geskimd of daartoe opzettelijk gelegenheid heeft verschaft.
- Vrijspraak lekken onderzoeksinformatie: hoewel omstandigheden (kort telefonisch contact, stopzetting fraude na interne mail) verdenkingen wekken, kon niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld welke informatie, aan wie en wanneer werd gedeeld.
- Officier van justitie had zelf ook vrijspraak voor feiten 1 en 2 geëist en voor feit 3 een taakstraf van 90 uur gevorderd; rechtbank wijkt af door ook feit 3 vrij te spreken.
- Rechtbank benadrukt dat omstandigheidsbewijzen (telefoonlocaties, timing van stoppen fraude) onvoldoende zijn om schuld met de vereiste zekerheid vast te stellen.
Samenvatting
Een medewerker van de Koninklijke Marechaussee stond terecht op verdenking van betrokkenheid bij grootschalige tankpasfraude ten nadele van het Ministerie van Defensie. Hij zou tankpassen hebben gestolen, geskimde passen hebben gemaakt en vertrouwelijke informatie hebben gelekt over een intern onderzoek. De rechtbank Den Haag sprak hem op 2 april 2026 vrij van alle drie de tenlastegelegde feiten.
De zaak draaide om fraude met tankpassen van de Koninklijke Marechaussee Brigade Zuid-Holland. De verdachte, een jonge opsporingsambtenaar, werd ervan verdacht dat hij een voertuigboekje met tankpas had meegenomen vanuit zijn werklocatie naar de woning van zijn toenmalige schoonvader. Die schoonvader en diens schoonzoon zijn de medeverdachten in deze zaak en worden verdacht van het daadwerkelijk skimmen van de passen.
Over het meenemen van de tankpas oordeelde de rechtbank dat dit onvoldoende bewijs oplevert voor diefstal of medeplichtigheid. De verdachte verklaarde de pas per ongeluk mee naar huis te hebben genomen, en het dossier bevatte geen aanwijzingen dat hij dit met opzet had gedaan. Dat de medeverdachte de pas vervolgens uit de tas van de verdachte zou hebben gepakt zonder diens medeweten, kon de rechtbank niet uitsluiten. Van bewust oogmerk op wederrechtelijke toe-eigening of opzettelijke medeplichtigheid was daarom geen sprake.
Van betrokkenheid bij het skimmen of kopiëren van tankpassen was evenmin bewijs. Het dossier bevatte geen aanknopingspunten waaruit kon worden afgeleid dat de verdachte daadwerkelijk had meegewerkt aan het vervaardigen van valse betaalpassen of daar opzettelijk gelegenheid voor had geboden.
Het meest opmerkelijke verwijt betrof het derde feit: het lekken van vertrouwelijke informatie over het interne onderzoek naar de tankfraude. Op 22 december 2022 stuurde een commandant een interne e-mail aan het brigadepersoneel over het lopende onderzoek. Die avond en nacht voerde de verdachte een kort telefoongesprek van drie seconden met zijn medeverdachte. Uit telefoononderzoek bleek dat beide mannen zich die nacht in elkaars buurt bevonden. Opvallend was ook dat na die datum het gebruik van de geskimde tankpassen volledig stopte — de medeverdachte verklaarde zelf dat hij als voorzorgsmaatregel was gestopt nadat hij 'iets had opgevangen' over de interne mail.
Toch achtte de rechtbank ook dit feit niet bewezen. Er kon niet worden vastgesteld welke concrete informatie de verdachte zou hebben gedeeld, met wie precies en op welk moment. De verdachte verklaarde dat het 'mogelijk' was dat hij iets had gezegd, maar wist niet meer wat. Dat is voor een strafrechtelijke veroordeling onvoldoende: de rechtbank moet de schuld buiten redelijke twijfel kunnen vaststellen, en dat was hier niet het geval.
De officier van justitie had zelf al vrijspraak geëist voor de diefstals- en skimfeiten en voor het lekken van informatie een taakstraf van 90 uur gevorderd. De rechtbank ging verder dan de eis: zij sprak de verdachte volledig vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNHO:2026:318, Rechtbank Noord-Holland, 13-01-2026, 15/101773-25
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:9849, Rechtbank Rotterdam, 27-06-2025, 10-283578-23
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:8827, Rechtbank Rotterdam, 19-06-2025, C/10/700429 / JE RK 25-1078
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBROT:2025:10184, Rechtbank Rotterdam, 16-05-2025, C/10/698155 / JE RK 25-784
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 april 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Strafrecht; Materieel StrafrechtZaaknummer
05/140265-23
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:7617