Juristi.nl
ECLI:NL:RBGEL:2025:11613Civiel Recht

ECLI:NL:RBGEL:2025:11613, Rechtbank Gelderland, 31-12-2025, 11950222 — RBGEL:2025:11613

Samenvatting

Tussen partijen is in geschil of werkgever aan werknemer de aanzegvergoeding is verschuldigd als bedoeld in art. 7:668 BW. De ratio achter de aanzegplicht is een werknemer met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet tot het einde van de arbeidsovereenkomst in onzekerheid te laten over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst na ommekomst van de overeengekomen duur. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat deze verplichting ertoe dient om werknemers tijdig duidelijkheid te bieden over hun positie, nu zij op zoek dienen te gaan naar ander werk. Ook indien een werknemer na de beëindiging van het dienstverband voor bepaalde tijd niet direct op zoek behoeft te gaan naar een werkkring elders, ontslaat dit de werkgever niet om de werknemer tijdig te informeren over het al dan niet voortzetten van de overeenkomst. De e-mail op grond waarvan werkgever stelt aan de aanzegplicht te hebben voldaan, kan niet worden aangemerkt als een aanzegging als bedoeld in 7:668 lid 1 sub a BW, nu dit een reactie is in het kader van re-integratie van werknemer elders en is niet uit eigen beweging door werkgever verstuurd met de intentie om werknemer tijdig te informeren dat de arbeidsovereenkomst niet zou worden verlengd.

Betrokken advocaten

mr. M. Butter

verweerder

mr. W.J. Liebrand

verweerder

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

31 december 2025

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

11950222

Procedure

Beschikking

ECLI

ECLI:NL:RBGEL:2025:11613

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBGEL:2026:2435
Rechtbank Gelderland·25 maart 2026
Civiel Recht
RBGEL:2026:2311
Rechtbank Gelderland·23 maart 2026
Civiel Recht
RBGEL:2026:2043
Rechtbank Gelderland·11 maart 2026
Civiel Recht
RBGEL:2026:1553
Rechtbank Gelderland·2 maart 2026
Civiel Recht
RBGEL:2026:1650
Rechtbank Gelderland·26 februari 2026
Civiel Recht