Moeder krijgt eenhoofdig gezag, buitenlandse beslissing niet erkend — RBGEL:2026:1032
gezag en omgangsregeling / erkenning buitenlandse rechterlijke beslissing / internationaal familierecht
Eiser / verzoeker
de vader
Verweerder / gedaagde
de moeder
De moeder krijgt het eenhoofdig gezag over de kinderen, de Marokkaanse gezagsbeslissing wordt niet erkend, en er wordt een beperkte begeleide omgangsregeling voor de vader vastgesteld.
- Marokkaanse gezagsbeslissing wordt niet erkend omdat de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland was en de Marokkaanse rechter daardoor niet bevoegd was
- Eenhoofdig gezag wordt aan de moeder toegekend omdat de vader onvoldoende inzicht toont in de behoeften van de ernstig getraumatiseerde kinderen en constructief overleg niet mogelijk wordt geacht
- Begeleide omgangsregeling vastgesteld: om de week één uur onder begeleiding, met verplicht voorafgaand gesprek met hulpverleners
Samenvatting
Een vader en moeder, beiden woonachtig in Nederland maar getrouwd in Marokko, streden voor de rechtbank Gelderland over het gezag en de omgangsregeling voor hun twee jonge kinderen. De vader wilde gezamenlijk gezag en uitgebreide omgang; de moeder wilde juist het eenhoofdig gezag behouden en de omgang beperkt houden.
Centraal in de zaak stond de vraag of een eerdere Marokkaanse rechterlijke beslissing in Nederland geldig was. Die Marokkaanse rechter had bij de echtscheiding het gezag aan de moeder toegewezen. De Nederlandse rechtbank oordeelde echter dat de Marokkaanse rechter hiervoor helemaal niet bevoegd was. Omdat beide kinderen en beide ouders op het moment van de scheiding gewoon in Nederland woonden, had uitsluitend de Nederlandse rechter bevoegd kunnen zijn om over het gezag te beslissen. De Marokkaanse gezagsbeslissing wordt daarom in Nederland niet erkend.
Dat betekende dat de ouders na de scheiding formeel gezamenlijk het gezag hadden gehouden, zoals dat bij een in Nederland erkend huwelijk standaard het geval is. De vader had de kinderen erkend en was met de moeder getrouwd; het huwelijk, gesloten in Marokko, kon worden erkend op grond van het Nederlandse internationale privaatrecht.
Vervolgens beoordeelde de rechtbank het verzoek van de moeder om het gezamenlijk gezag te wijzigen naar eenhoofdig gezag voor haar. Dat verzoek werd toegewezen. De rechtbank maakte duidelijk dat gezamenlijk gezag alleen wordt doorbroken als er een onaanvaardbaar risico bestaat dat kinderen klem komen te zitten tussen de ouders. In dit geval was dat risico aanwezig. De vader had sinds het verbreken van de relatie in 2023 nauwelijks contact gehad met de kinderen of de moeder en toonde weinig betrokkenheid. Daardoor had hij weinig inzicht in wat de kwetsbare kinderen nodig hebben.
Uit rapportages van hulpverleners bleek dat beide kinderen ernstige problemen ondervonden. Het jongste kind had zware traumaklachten ontwikkeld, met intense driftbuien, agressie bij gevoelens van afwijzing en verhoogde waakzaamheid — gedrag dat hulpverleners koppelden aan langdurige spanningen tijdens de relatie van de ouders. Ook het andere kind kampte met angstklachten. De moeder stelde dat er sprake was geweest van dwingende controle en huiselijk geweld; de vader ontkende dit volledig en suggereerde dat de problemen mogelijk door anderen werden veroorzaakt. De rechtbank vond het veelzeggend dat de vader elke erkenning voor het meegemaakte leed van de kinderen ontbrak. Dat gebrek aan inzicht maakte constructief overleg over gezagsbeslissingen — die er regelmatig zouden moeten komen gezien de hulpvraag rondom de kinderen — in de ogen van de rechtbank onmogelijk.
Wat betreft de omgangsregeling oordeelde de rechtbank dat ook de Marokkaanse omgangsregeling in Nederland niet van kracht kon zijn. De rechtbank stelde een eigen regeling vast, in lijn met het advies van de Raad voor de Kinderbescherming: de vader mag om de week één uur onder begeleiding van een erkende begeleidingsinstantie omgaan met de kinderen. Voordat de omgang van start gaat, moet de vader eerst in gesprek met de betrokken hulpverleners om goed geïnformeerd te worden over de behoeften van de kinderen. Eventuele uitbreiding van de omgang verloopt via de hulpverleners en de begeleidingsinstantie.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBGEL:2025:11564, Rechtbank Gelderland, 23-12-2025, 448133
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHARL:2025:7301, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-11-2025, 200.358.651/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHARL:2025:6399, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16-10-2025, 200.343.276/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:8111, Rechtbank Gelderland, 30-09-2025, C/05/456065 / FA RK 25-2886
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
13 februari 2026
Instantie
Rechtbank GelderlandRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
C/05/457615 / FA RK 25-3316
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:1032