ECLI:NL:RBGEL:2026:1906, Rechtbank Gelderland, 11-03-2026, AWB 25/5889, AWB 25/5822 — RBGEL:2026:1906
Samenvatting
Deze uitspraak gaat over de aan vergunninghouders verleende omgevingsvergunning voor de bouw van twee nieuwe woningen en het verkleinen van de bestaande woning. Met een eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter is de beslissing op bezwaar vernietigd. Het college heeft bij besluit van 22 oktober 2025 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen. De voorzieningenrechter komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college in de nieuwe beslissing op bezwaar voldoende gemotiveerd heeft waarom, ondanks dat het project niet geheel voldoet aan de in de gemeente geldende beleidsregels, sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat het college de omgevingsvergunning in redelijkheid heeft kunnen verlenen. Eisers krijgen dus geen gelijk en het beroep is dan ook ongegrond. Omdat de voorzieningenrechter uitspraak doet op het beroep, wijst zij het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:622, Raad van State, 04-02-2026, 202501783/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNHO:2026:308, Rechtbank Noord-Holland, 12-01-2026, HAA 25/1902
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6334, Raad van State, 24-12-2025, 202305536/1/R2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:11477, Rechtbank Gelderland, 24-12-2025, 25/5630 en 25/5632
Rechtbank Gelderland · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
11 maart 2026
Instantie
Rechtbank GelderlandRechtsgebied
Bestuursrecht; OmgevingsrechtZaaknummer
AWB 25/5889, AWB 25/5822
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:1906