Rechter handhaaft verlengde termijn voor chaletseigenaar — RBGEL:2026:1908
bestuursrecht / handhaving / verlenging begunstigingstermijn last onder dwangsom
Eiser / verzoeker
verzoeker (inwoner van Nijkerk)
Verweerder / gedaagde
college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijkerk
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af, waardoor de verlengde begunstigingstermijn voor de eigenaar van de chalets in stand blijft.
- Gemeente verlengde begunstigingstermijn last onder dwangsom voor illegale chalets tot na beslissing op bezwaar
- Buurman stelde dat zijn belangen onvoldoende waren meegewogen in het verlengingsbesluit
- Motivering in het verlengingsbesluit schoot tekort, maar gemeente kon dit nog herstellen in bezwaarprocedure
- Inspectierapport stelde dat gevolgen van de overtreding vrijwel nihil zijn; overlast door buurman niet onderbouwd
- Belang van chalet-eigenaar bij niet-slopen vóór heroverweging weegt zwaarder dan belang buurman bij snelle handhaving
Samenvatting
Een inwoner van Nijkerk stapte naar de rechter omdat hij vond dat de gemeente zijn belangen onvoldoende had meegewogen. De aanleiding: op het naastgelegen perceel staan vier chalets die volgens hem illegaal zijn geplaatst. Na een handhavingsverzoek van de inwoner in september 2025 had de gemeente de eigenaar van dat perceel in december 2025 een last onder dwangsom opgelegd, met als deadline 11 maart 2026 om de chalets te verwijderen.
De eigenaar van de chalets maakte echter bezwaar en vroeg de gemeente om de deadline te verlengen. De gemeente stemde daarmee in en verlengde de begunstigingstermijn tot zes weken na de uitkomst van de bezwaarprocedure. De reden: zolang er nog een bezwaarprocedure loopt, zou het onredelijk zijn de eigenaar te dwingen de chalets alvast af te breken terwijl de hele zaak misschien anders uitpakt.
De buurman was het hier niet mee eens en vroeg de voorzieningenrechter om het verlengingsbesluit te schorsen. Hij stelde dat de overtreding al anderhalf jaar voortduurt en dat hij overlast ervaart van de chalets, waardoor zijn woongenot te wensen overlaat. Volgens hem had de gemeente zijn belangen onvoldoende meegewogen.
De voorzieningenrechter geeft de buurman op één punt gelijk: het verlengingsbesluit zelf bevat inderdaad geen duidelijke afweging van zijn belangen. Toch ziet de rechter geen reden om het besluit te schorsen. In het verweerschrift dat de gemeente later indiende, heeft zij alsnog uitgelegd waarom de belangen van de buurman minder zwaar wegen. De gemeente stelde dat er geen sprake is van ernstige overlast of hinder. Dat standpunt wordt ondersteund door een inspectierapport van november 2025, waarin een gemeentelijk toezichthouder had vastgesteld dat 'de gevolgen van de overtreding vrijwel nihil zijn'.
Bovendien had de buurman weliswaar beweerd overlast te ervaren, maar dat niet nader onderbouwd. De voorzieningenrechter oordeelt daarom dat de gemeente in redelijkheid heeft kunnen beslissen om de deadline te verlengen: het belang van de chalet-eigenaar om niet te hoeven slopen voordat zijn bezwaar is behandeld, weegt zwaarder dan het belang van de buurman bij een snellere handhaving.
Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Omdat de zaak kennelijk ongegrond is, deed de rechter uitspraak zonder zitting. De buurman krijgt geen proceskostenvergoeding en ook zijn griffierecht wordt niet terugbetaald. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:22287, Rechtbank Den Haag, 24-11-2025, NL25.54789
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:22288, Rechtbank Den Haag, 24-11-2025, NL25.54595
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:21715, Rechtbank Den Haag, 17-11-2025, NL25.54041
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:8229, Rechtbank Gelderland, 02-10-2025, ARN 25/4002 en 25/4007
Rechtbank Gelderland · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
11 maart 2026
Instantie
Rechtbank GelderlandRechtsgebied
Bestuursrecht; BestuursprocesrechtZaaknummer
AWB 26/806
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:1908