Juristi.nl
ECLI:NL:RBGEL:2026:2489Strafrecht

Militair veroordeeld voor bezit kinderporno met eigen kind als slachtoffer — RBGEL:2026:2489

kinderpornografie / militair strafrecht

Eiser / verzoeker

Officier van justitie

VS

Verweerder / gedaagde

Verdachte

Verdachte veroordeeld voor bezit, vervaardiging en verspreiding van kinderpornografisch materiaal (art. 240b en 252 Sr), waarbij van het begaan een gewoonte werd gemaakt.

  • Verdachte bekende volledig het bezitten, vervaardigen en verspreiden van kinderpornografisch materiaal over een periode van bijna een jaar
  • Onder het materiaal bevonden zich beelden van het eigen kind van verdachte (geboren 2014), met nadrukkelijke focus op geslachtsdelen via camerastandpunten
  • De rechtbank paste zowel artikel 240b Sr (tot juni 2024) als het nieuwe artikel 252 Sr (vanaf juli 2024) toe, waarbij de overgang naar de nieuwe wetgeving expliciet werd meegenomen in de tenlastelegging
  • Het materiaal werd aangetroffen op vier gegevensdragers en omvatte naast bezitdelen ook ernstig misbruikmateriaal inclusief dierenpornografie waarbij een kind betrokken was
  • De rechtbank kwalificeerde het als gewoonte (strafverzwarend), nu verdachte het feit meermalen had begaan

Samenvatting

Een man uit Wapse, gemeente Westerveld, is door de meervoudige militaire kamer van de Rechtbank Gelderland veroordeeld voor het bezitten, vervaardigen en verspreiden van kinderpornografisch materiaal. Onder het materiaal bevonden zich afbeeldingen van zijn eigen kind, geboren in 2014, dat ten tijde van de feiten dus nog geen tien jaar oud was.

Het strafbare materiaal werd aangetroffen op meerdere gegevensdragers: een Apple iPhone 11 Pro, een Toshiba harde schijf van 1 terabyte, een Kingston USB-stick en een Apple iPad. Op deze apparaten stonden foto's en video's van minderjarige meisjes in seksuele situaties, waaronder beelden van het eigen kind van de verdachte waarbij door bewuste camerastandpunten of uitsneden de geslachtsdelen in beeld werden gebracht.

De feiten speelden zich af in twee periodes. Van januari tot en met juni 2024 ging het om strafbaar materiaal in de zin van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht, de klassieke kinderpornobepaling. Vanaf 1 juli 2024 trad een nieuwe wettelijke bepaling in werking (artikel 252 Sr), waaronder ook visuele weergaven met een onmiskenbaar seksuele strekking vallen, ook als er geen expliciete seksuele handelingen op staan. Voor de hele periode van januari tot december 2024 is de verdachte veroordeeld.

Het materiaal omvatte naast poserende naakte kinderen ook beelden van ernstig seksueel misbruik: penetratie, aanrakingen van geslachtsdelen en zelfs een afbeelding waarbij een kind seksueel wordt benaderd door een dier. De rechtbank stelde vast dat de verdachte hiervan een gewoonte had gemaakt, wat een strafverzwarende omstandigheid is.

De verdachte bekende de feiten volledig, zowel tijdens politieverhoor als ter terechtzitting op 9 maart 2026. Omdat hij een bekennende verdachte was, volstond de rechtbank met een beknopte opgave van bewijsmiddelen zonder uitgebreide motivering.

De zaak werd behandeld door de militaire kamer, wat betekent dat de verdachte als militair in dienst was ten tijde van de feiten. De rechtbank legde de verdachte een gevangenisstraf op van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar.

Betrokken advocaten

mr. N.I. Dolinski

verdachte

Rechtshulp Advocaten, ASSEN

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

30 maart 2026

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

05/235761-25

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBGEL:2026:2489

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken