Juristi.nl
ECLI:NL:RBGEL:2026:2524Strafrecht

Man veroordeeld voor poging zware mishandeling en mishandeling partner — RBGEL:2026:2524

poging doodslag / poging zware mishandeling / huiselijk geweld

Eiser / verzoeker

Officier van justitie

VS

Verweerder / gedaagde

Verdachte

Verdachte vrijgesproken van poging tot doodslag, maar veroordeeld voor poging tot zware mishandeling (feit 1 subsidiair) en mishandeling (feit 2) tot 15 maanden gevangenisstraf waarvan 5 maanden voorwaardelijk.

  • Vrijspraak poging tot doodslag: geen bewijs voor (voorwaardelijk) opzet op de dood van het slachtoffer
  • Bewezenverklaring poging tot zware mishandeling: herhaald wurgen met één hand is naar uiterlijke verschijningsvorm gericht op zwaar lichamelijk letsel
  • Verklaringen aangeefster betrouwbaar geacht ondanks aanvankelijke weigerachtigheid en contacten met verdachte na het incident
  • Letselrapport onderscheidt matige en ernstige verwurging; bij verdachte ontbraken kenmerken van levensbedreigend niveau (bewusteloosheid, puntbloedingen)
  • Veroordeling tot 15 maanden gevangenisstraf waarvan 5 maanden voorwaardelijk met proeftijd van 2 jaar

Samenvatting

Op 5 augustus 2024 mishandelde een man zijn partner in hun woning ernstig: hij sloeg haar meerdere malen in het gezicht, greep haar tot tweemaal toe bij de keel en knijp die dicht, en hield haar vast in een houdgreep. De vrouw verklaarde dat zij geen lucht kreeg en het bloed naar haar hoofd voelde stijgen. Ze liet haar vriend pas los toen ze riep dat hij het verleden niet moest herhalen.

De politie trof de vrouw aan met zichtbaar letsel: schaafwonden en verkleuringen in de hals, rode plekken en bloeduitstortingen op armen, schouders, borst en benen. Een getuige op straat hoorde geluiden die klonken alsof iemand stikte, en hoorde de vrouw roepen: 'Ga je mij nu slaan?' Twee andere getuigen bevestigden eveneens dat de man zijn partner bij de keel had gegrepen.

De verdediging voerde aan dat de verklaringen van de vrouw onbetrouwbaar waren. Ze had aanvankelijk geen aangifte willen doen en had later via e-mail laten weten niet mee te willen werken aan vervolging. Ook had ze verdachte na het incident meerdere malen bezocht. De rechtbank verwierp dit verweer: uit de e-mails bleek dat de vrouw wilde dat haar partner hulp zou krijgen, niet dat zij terugkwam op de inhoud van haar verklaringen. Haar verklaringen waren consistent en werden ondersteund door het geconstateerde letsel en de getuigenverklaringen.

De officier van justitie eiste veroordeling voor poging tot doodslag. De rechtbank ging daar echter niet in mee. Weliswaar stond vast dat de man zijn partner meerdere keren met één hand had gewurgd, maar er waren onvoldoende aanknopingspunten om te concluderen dat hij ook maar de bedoeling had — of de aanmerkelijke kans bewust aanvaardde — dat ze zou overlijden. Het letsel was weliswaar ernstig, maar niet levensbedreigend van aard: er waren geen bewusteloosheid of puntbloedingen, die kenmerkend zijn voor een ernstige, levensbedreigende verwurging.

Wel achtte de rechtbank bewezen dat de man geprobeerd had zijn partner zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Herhaald wurgen met één hand, zodanig dat het slachtoffer geen lucht krijgt, is naar zijn uiterlijke verschijningsvorm gericht op het toebrengen van ernstig letsel. Samen met de mishandeling door het slaan veroordeelde de rechtbank de man voor poging tot zware mishandeling en mishandeling van zijn partner. De rechtbank legde hem een gevangenisstraf op van vijftien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Betrokken advocaten

mr. M.J.R. Roethof

verdachte

Roethof Advocaten, ARNHEM

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

2 april 2026

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

05/253441-24

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBGEL:2026:2524

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken