Rechter fluit volkstuinvereniging in Wijchen terug na ontbinding huurcontract — RBGEL:2026:2607
huurovereenkomst volkstuinen / ontbinding lidmaatschap vereniging / toegangsontzegging
Eiser / verzoeker
lid van Volkstuindersvereniging De Vier Jaargetijden (naam geanonimiseerd)
Verweerder / gedaagde
Volkstuindersvereniging De Vier Jaargetijden
De rechter wijst de vorderingen van eiser grotendeels toe en gebiedt Volkstuindersvereniging De Vier Jaargetijden hem weer toegang te verlenen tot de volkstuinen op complex de Hofsedam.
- De vereniging heeft de huurovereenkomst per e-mail beëindigd, terwijl de statuten schriftelijke opzegging vereisen
- De vereniging heeft niet concreet aangegeven welke regels uit het huishoudelijk reglement of de statuten de eiser zou hebben overtreden
- De eiser heeft aantoonbaar inspanningen geleverd na de schouwingen en heeft om nadere verduidelijking gevraagd
- Het opleggen van een algeheel terreinverbod, ook als gast, is disproportioneel zonder voldoende onderbouwing van ernstige tekortkoming
- De rechter oordeelt in kort geding dat de ontbinding van de huurovereenkomst onvoldoende grond heeft en beveelt herstel van de toegang
Samenvatting
Een lid van Volkstuindersvereniging De Vier Jaargetijden in Wijchen is door de vereniging de toegang ontzegd tot zijn volkstuinen op complex de Hofsedam, nadat de beheerders zijn tuinen meermaals als verwaarloosd hadden aangemerkt. De man was het daar niet mee eens en stapte naar de rechter. In kort geding vorderde hij herstel van zijn toegang tot de tuinen.
De vereniging had de huurovereenkomst voor twee volkstuinen op de Hofsedam per 1 juli 2025 opgezegd, nadat bij drie schouwingen was vastgesteld dat de tuinen niet goed werden onderhouden. Zo troffen beheerders honderden plantenpotten aan, was er veel onkruid en zagen de paden er rommelig uit. De man reageerde uitgebreid per e-mail, legde uit wat hij allemaal had gedaan en vroeg concreet welke regels hij zou hebben overtreden. Naar zijn mening was er geen sprake van verwaarlozing die een ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigde.
De rechtbank Gelderland keek kritisch naar de gang van zaken. Een belangrijk punt was de vraag of de vereniging rechtens bevoegd was de huurovereenkomst eenzijdig te beëindigen en of er voldoende grond was voor die stap. Ook de procedure was niet zonder gebreken: de ontbinding werd bij gewone e-mail meegedeeld, terwijl de statuten schriftelijke opzegging voorschrijven. Bovendien bleef onduidelijk welke specifieke regels uit het huishoudelijk reglement of de statuten de man precies zou hebben overtreden — een vraag die hij zelf ook al had gesteld maar nooit concreet beantwoord had gekregen.
De rechter oordeelde dat de vereniging onvoldoende had aangetoond dat de situatie in de tuinen ernstig genoeg was om de huurovereenkomst te rechtvaardigen te ontbinden. De man had weliswaar niet alles gedaan wat de beheerders wilden, maar hij had wel degelijk inspanningen geleverd en had om verduidelijking gevraagd. Een terreinverbod opleggen — inclusief de waarschuwing dat zelfs een bezoek als gast van een andere tuinder niet was toegestaan — ging de rechter te ver, zeker zonder dat duidelijk was aangetoond dat de man zijn verplichtingen zo ernstig had geschonden.
De Vereniging had ondertussen ook schouwrapporten laten opmaken voor de derde tuin van de man, die op het complex aan de Pluvierstraat lag, en had eind december 2025 aangekondigd ook zijn lidmaatschap te willen opzeggen. Dat vergrootte de urgentie voor de man om naar de rechter te stappen.
Uiteindelijk wees de rechter de vorderingen van de man grotendeels toe: de Vereniging moet hem weer toegang verlenen tot de tuinen op de Hofsedam en mag hem daar niet langer de toegang ontzeggen.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2025:4016, Rechtbank Rotterdam, 21-03-2025, C/10/696239 / KG ZA 25-229
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBGEL:2024:7325, Rechtbank Gelderland, 07-10-2024, C/05/441810 / KG ZA 24-329
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Goederenrecht
ECLI:NL:RBGEL:2024:7309, Rechtbank Gelderland, 04-10-2024, C/05/440317 / KG RK 24-634
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Goederenrecht
ECLI:NL:RBOBR:2024:3695, Rechtbank Oost-Brabant, 14-08-2024, C/01/404499 / HA ZA 24-319
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
7 april 2026
Instantie
Rechtbank GelderlandRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
C/05/460748 / KG ZA 25-462
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:2607