Juristi.nl
ECLI:NL:RBGEL:2026:869Strafrecht

Man schuldig aan verkeersongeval met zwaar letsel — RBGEL:2026:869

verkeersstrafrecht / schuld aan verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel (artikel 6 WVW 1994)

Eiser / verzoeker

Officier van justitie (Openbaar Ministerie)

VS

Verweerder / gedaagde

Verdachte, geboren 1999 in Roemenië

De rechtbank verklaarde het primair tenlastegelegde bewezen: verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan schuld aan een verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel als gevolg (artikel 6 WVW 1994).

  • Verdachte voerde een inhaalmanoeuvre uit bij dichte mist en duisternis op een weg zonder straatverlichting
  • Hij botste op de tegemoetkomende rijbaan tegen een bromfiets, waardoor bestuurder en passagier zwaar gewond raakten
  • Rechtbank kwalificeerde de botsverwondingen (operatieve breuken) als zwaar lichamelijk letsel in de zin van artikel 6 WVW
  • Schuld bewezen: verdachte was aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend als beginnend bestuurder
  • Vrijspraakverweer van de verdediging werd verworpen

Samenvatting

Een 25-jarige Roemeen die in Nederland woont, stond terecht voor een ernstig verkeersongeval dat hij op 5 februari 2025 veroorzaakte op de Uilkerweg in Zuilichem, gemeente Zaltbommel. Die avond reed hij in zijn BMW achter een andere auto aan, die hij te langzaam vond rijden. Ondanks het feit dat het donker was en er plaatselijk dichte mistbanken hingen, besloot hij in te halen.

Tijdens de inhaalmanoeuvre reed verdachte op de weghelft voor tegemoetkomend verkeer, waar hij frontaal in botsing kwam met een bromfiets. De twee inzittenden van de bromfiets, de bestuurder en zijn passagier, kwamen ten val en raakten ernstig gewond. Bij de bromfietsbestuurder bleek sprake van een gebroken onderarm waarvoor hij moest worden geopereerd, en van een bloeding in de milt. De milt raakt door het letsel zijn functie kwijt en zal uiteindelijk moeten worden verwijderd. De passagier liep een gecompliceerde breuk in het onderbeen op, eveneens met een operatie als gevolg. De verwachte hersteltijd bedraagt een jaar.

Getuigen bevestigden het beeld van een roekeloos moment. Een vrouw die voor de BMW reed verklaarde dat de auto achter haar dicht op haar bumper zat voordat hij ineens inhaalde. Haar dochter zag nog net een lichtje naderen — de bromfiets — waarna ze een harde klap hoorden. De bromfietsbestuurder zelf verklaarde dat hij twee auto's achter elkaar zag naderen en dat de achterste plotseling uitweek, recht op hem af. Hij had geen tijd meer om te sturen. Uit technisch onderzoek bleek dat de verlichting van de bromfiets aantoonbaar brandde ten tijde van de botsing.

De rechtbank oordeelde dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gehandeld. Onder de gegeven omstandigheden — slecht zicht door mist en duisternis, een smalle weg zonder straatverlichting, een bekende route en de status als beginnend bestuurder — had hij extra voorzichtig moeten zijn. Door dicht achter de voorligger te rijden, had hij bovendien zijn eigen zicht nog verder beperkt. De rechtbank stelde vast dat hij niet in staat was zijn auto tot stilstand te brengen binnen de afstand die hij kon overzien, terwijl hij toch ging inhalen. Dat de slachtoffers zwaar lichamelijk letsel opliepen, stond voor de rechtbank eveneens vast gelet op de ernst van de breuken en de noodzakelijke operaties.

De verdediging pleitte voor vrijspraak en stelde dat van enig strafrechtelijk verwijtbaar handelen geen sprake was. De rechtbank verwierp dit verweer en verklaarde het primair tenlastegelegde feit — schuld aan een verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel als gevolg — wettig en overtuigend bewezen. Het vonnis bevat de bewezenverklaring, maar de strafmaat is in de gepubliceerde tekst niet volledig weergegeven.

Betrokken advocaten

mr. M. Sculic

verdachte

Sculic Advocatuur, ROTTERDAM

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

6 februari 2026

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

05/179400-25

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBGEL:2026:869

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBGEL:2026:2580
Rechtbank Gelderland·1 april 2026
Strafrecht