ECLI:NL:RBHAA:2012:BY1178, Rechtbank Haarlem, 18-10-2012, 12/1535 — RBHAA:2012:BY1178
Samenvatting
Afwijzing verzoek om tegemoetkoming in planschade. Ten tijde van aankoop perceel was eiser, gelet op de voordien ter inzage gelegde structuurvisie, op de hoogte van het feit dat er bouwplannen waren op de betreffende locatie voor 33 woningen. Verweerder heeft overwogen dat, alhoewel sprake is van schade ter grootte van € 46.000,-- - bestaande uit de waardedaling van het onroerend goed - gelet op de beperkte voorzienbaarheid hiervan 80% voor rekening van eiser dient te blijven. Het feit dat er uiteindelijk 65 en niet 33 woningen zijn gerealiseerd maakt weinig verschil met betrekking tot waardebepalende omgevingskwaliteiten, intensivering van de gronden, uizicht en inkijk. De verdubbeling van het aantal woningen brengt echter wel meer verkeersaantrekkende werking met zich mee, alsmede een ontsluiting voor verkeer. Verweerder heeft hierin aanleiding gezien om 80% van de schade voor rekening van eiser te laten komen. De resterende 20% komt wel voor vergoeding in aanmerking. Nu het bedrag dat wel voor vergoeding in aanmerking komt valt binnen het forfaitaire bedrag, als bedoeld in art. 6.2 Wro, moet dit worden geacht te vallen onder het normaal maatschappelijk risico van eiser, zodat eiser niet voor vergoeding van planschade in aanmerking komt. Alhoewel het bouwplan zelf nog niet helemaal was uitgewerkt in de structuurvisie, kan naar oordeel van de Rb. gesproken worden van een voldoende concreet plan tot wijziging van het planologisch regime, namelijk tot realisering van woningbouw. Dat het project in de structuurvisie wordt aangeduid als een mogelijke bouwlocatie is voldoende om van een concreet beleidsvoornemen te spreken waarmee een redelijk denkend en handelend koper rekening houdt. Er is dan ook geen grond voor het oordeel dat de structuurvisie geen concreet beleidsvoornemen inhoudt. Met betrekking tot de vraag of de uiteindelijke bouw van 65 woningen voorzienbaar was overweegt de Rb. dat overeenkomstig de uitspraak van de Afdeling van 22 april 2009 (LJN: BI1846) een redelijk denkend en handelend koper er niet van uit kan gaan dat de structuurvisie een nauwkeurige uitwerking van de toekomstige invulling van het gebied behelst. De uiteindelijke invulling kan dan nog op verschillende punten anders worden. Derhalve kan aan de structuurvisie niet, zoals eiser heeft gesteld, een verwachting worden ontleend omtrent specifieke elementen. Door 20% van de getaxeerde schade niet voorzienbaar te achten heeft verweerder in voldoende mate de uiteindelijke invulling van de planologische plannen ter plaatse en de mogelijke onzekerheid over deze ontwikkelingen gewaardeerd. Ook voor het feit dat een woningblok dichtbij het perceel van eiser is gerealiseerd geldt dat dit het resultaat is van de nadere uitwerking van de structuurvisie waar een redelijk denkend en handelend koper zich op dient in te stellen. Ongegrond beroep.
Betrokken advocaten
F.J. van der Tol
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CBB:2025:492, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 02-10-2025, 22/1660
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:510, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 02-10-2025, 23/51
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:84, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 18-02-2025, 23/906, 23/907, 23/908, 23/909 en 23/1438
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:92, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 18-02-2025, 24/940
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
18 oktober 2012
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
12/1535
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBHAA:2012:BY1178