ECLI:NL:RBHAA:2012:BY2363, Rechtbank Haarlem, 06-11-2012, 12/4567 en 12/4568 — RBHAA:2012:BY2363
Samenvatting
De voorzieningenrechter constateert dat niet uit het dossier blijkt op welke concrete feiten en omstandigheden verweerder de stelling baseert, dat eiser een hennepkwekerij op zijn standplaats heeft toegestaan en dat dit de intrekking van het gedoogbesluit van 18 oktober 2005 rechtvaardigt. Deze stelling mist dan ook feitelijke grondslag. Dit laat onverlet dat vaststaat dat eiser zijn schuur aan een derde heeft verhuurd, hetgeen in strijd moet worden geacht met het gedoogbesluit. Onduidelijk is echter of deze omstandigheden (mede) aanleiding is geweest voor intrekking van het gedoogbesluit. Voorts constateert de voorzieningenrechter dat het verblijf van derden op de standplaats door verweerder niet goed is onderzocht. Het beroep is gegrond. De beslissing op bezwaar wordt vernietigd. Gelet hierop is er geen aanleiding voor de gevraagde voorlopige voorziening hangende de beroepsprocedure. Wel ziet de voorzieningenrechter aanleiding ambtshalve een voorlopige voorziening te treffen: beide primaire besluiten, waarbij het gedoogbesluit werd ingetrokken, worden geschorst.
Betrokken advocaten
mr. C.F.M. Raaijmakers
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2015:1738, Raad van State, 03-06-2015, 201406604/1/V6
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2015:1361, Raad van State, 29-04-2015, 201405759/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2015:4948, Rechtbank Den Haag, 21-04-2015, AWB 15/7405
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2013:19516, Rechtbank Den Haag, 11-12-2013, AWB 13/13228
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
6 november 2012
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
12/4567 en 12/4568
Procedure
Voorlopige voorziening+bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBHAA:2012:BY2363