ECLI:NL:RBHAA:2012:BY3532, Rechtbank Haarlem, 19-11-2012, AWB 12/4766 & 12/4767 — RBHAA:2012:BY3532
Samenvatting
Verlenen omgevingsvergunning o.m. voor het kappen van 3 bomen en de verplaatsing van 1 boom. De voorzieningenrechter is met eiseres van oordeel dat verweerder niet kan worden gevolgd in zijn stelling dat de haag (volgens eiseres: hagen) en elzenhakhoutstoven niet kunnen worden aangemerkt als ‘houtopstand’ volgens de Bomenverordening nu zij niet voldoen aan het in art. 1, aanhef en onder b, voor bomen gestelde criterium dat de dwarsdoorsnede van de stam minimaal 20 centimeter is op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. Indien de lezing van verweerder van art. 1, aanhef en onder a, van de Bomenverordening juist zou zijn, valt immers niet in te zien waarom daarin, naast bomen ook nog diverse andere beplanting onder ‘houtopstand’ wordt genoemd, waaronder bosplanten en struwelen. Dergelijke beplanting wordt zo goed als nooit hoger dan 1,3 meter en heeft in ieder geval nooit op die hoogte de vereiste omvang. Deze uitgebreide definitie zou, naar haar oordeel, dan ook overbodig zijn. Voorts wordt in art. 2 tweede lid van de Bomenverordening ook een kapvergunning vereist, ongeacht de dwarsdoorsnede, voor het kappen van ‘houtopstand onderdeel uitmakend van een hoofdbomenstructuur’. Als, zoals verweerder stelt, pas sprake is van houtopstand als voldaan wordt aan de eerder genoemde minimale dwarsdoorsnede is deze bepaling zinledig. Uit het vorenstaande moet worden geconcludeerd dat ook andere ’houtopstand’ dan bomen omgevingsvergunningplichtig kan zijn. Daarvoor is het van belang of deze onderdeel uitmaken van de hoofdbomenstructuur. Ter zitting heeft eiseres aangetoond dat de houtopstand langs het Houtmanpad op de kaart met de hoofdbomenstructuur staat aangegeven. Voor de uitleg van verweerder gegeven ter zitting, dat de hoofdbomenstructuur alleen ziet op een planmatig aangelegde rij bomen en niet op hakhoutstoven die niet zijn geplant, ziet de voorzieningenrechter geen aanknopingspunten in de tekst van art. 1 aanhef en onder e, van de Bomenverordening. De beroepsgrond dat het vellen van de houtopstand ter plaatse vergunningplichtig is, nu het deel uitmaakt van de hoofdbomenstructuur, treft derhalve doel. Het vorenstaande betekent dat verweerder in het bestreden besluit ten onrechte heeft overwogen dat geen vergunning vereist is voor het verwijderen van de haag (of hagen) en elzenhakhoutstoven. Behalve voor de drie bomen had verweerder ook voor deze houtopstanden dienen te toetsen of er sprake was van een weigeringsgrond ingevolge art. 4, tweede lid van de Bomenverordening. Verweerder heeft in zijn besluit gemotiveerd aangegeven waarom het kappen van de drie door hem als omgevingsvergunningplichtig aangemerkte bomen niet in strijd is met voornoemd artikel van de Bomenverordening. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zal verweerder de omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden echter in zijn totaliteit opnieuw moeten heroverwegen. Zij acht het namelijk niet uitgesloten dat de toets ten aanzien van drie individuele bomen, anders zou kunnen uitvallen dan ten aanzien van de bomen in samenhang met de haag (of hagen) en elzenhakhoutstoven. De waarde van het geheel kan immers meer zijn dan die van ieder deel apart. De kap van drie bomen heeft ook minder impact op de omgeving en op natuur- en landschapswaarden dan de kap en het verwijderen van alle houtopstanden ter plaatse. De voorzieningenrechter neemt daarbij in aanmerking dat de commissie in haar advies nog expliciet heeft gewezen op de belangrijke natuurwaarden van de hakhoutstoven.
Betrokken advocaten
mr. R. Braeken
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
Rechter stuurt bestemmingsplan transportbedrijf Heiloo terug wegens onvolledig onderzoek
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:1738, Raad van State, 25-03-2026, 202301323/1/R1
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNHO:2026:2942, Rechtbank Noord-Holland, 24-03-2026, 24-3031
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBOBR:2026:1634, Rechtbank Oost-Brabant, 05-03-2026, SHE 26/13
Rechtbank Oost-Brabant · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
19 november 2012
Instantie
Rechtbank HaarlemRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
AWB 12/4766 & 12/4767
Procedure
Voorlopige voorziening+bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBHAA:2012:BY3532