ECLI:NL:RBHAA:2012:BY8811, Rechtbank Haarlem, 12-11-2012, AWB 12/4810 — RBHAA:2012:BY8811
Samenvatting
De voorzieningenrechter stelt vast dat de bewijsstukken die verzoeker heeft overgelegd, waaruit naar voren komt dat hij niet beschikt over een appartement in Egypte, wel wat ‘mager’ zijn. Onduidelijk is echter gebleven hoe verzoeker meer objectieve en/of verifieerbare gegevens zou kunnen verstrekken. Bij de stand van zaken zoals hiervoor weergegeven, is de voorzieningenrechter van oordeel dat onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist.
Betrokken advocaten
mr. C.H. Hoetmer
verweerder
R.C. de Vos
verweerder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:4516, Raad van State, 24-09-2025, 202502374/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNHO:2018:11402, Rechtbank Noord-Holland, 22-02-2018, C/15/270007 / rekestnummer: HA RK 18/23
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNHO:2018:1977, Rechtbank Noord-Holland, 14-02-2018, AWB 17/5525 en 17/4499
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:RBNHO:2018:1305, Rechtbank Noord-Holland, 06-02-2018, AWB - 17 _ 4159
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
12 november 2012
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
AWB 12/4810
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBHAA:2012:BY8811