ECLI:NL:RBHAA:2012:BZ3745, Rechtbank Haarlem, 29-11-2012, AWB 10/783 — RBHAA:2012:BZ3745
Samenvatting
Nemen projectbesluit en verlenen bouwvergunning eerste fase ten behoeve van het geheel verbouwen van een voormalig fabriekspand. In het bestreden besluit heeft verweerder ten aanzien van het aspect geluid gesteld dat het bouwplan weliswaar in de geluidszone van het gezoneerd industrieterrein ‘Zetmeelbedrijven De Bijenkorf en Omstreken’ is gelegen, maar dat uit opgaaf van de geluidzonebeheerder blijkt dat de actuele geluidsbelasting minder dan 50 dB bedraagt. Omdat de geluidsbelasting lager is dan de voorkeursgrenswaarde voor industrielawaai was voor dit bouwplan geen vaststelling van hogere geluidswaarden nodig, aldus het oorspronkelijke verweer van verweerder. Bij brief van 23 augustus 2012 heeft verweerder erkend dat uit nieuw akoestisch onderzoek van 16 augustus 2012 is gebleken dat wel hogere geluidswaarden op grond van de Wet geluidhinder moeten worden vastgesteld. Dit is noodzakelijk, zoals alsnog is gebleken, vanwege overschrijding van de voorkeursgrenswaarden van zowel wegverkeers- als industrielawaai. Verweerder heeft voorts aangegeven dat in de ruimtelijke onderbouwing voor de beoordeling van wegverkeerslawaai de verkeerde rekenmethodiek is gehanteerd en aan de verkeerde wettelijke normen is getoetst. De Rb. is gelet op het voorgaande van oordeel dat, zoals verweerder ter zitting ook heeft erkend, het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd voor wat betreft het aspect geluid. Verweerder heeft een akoestisch onderzoek van 16 augustus 2012 overgelegd en het daarop gebaseerde ontwerpbesluit tot vaststelling van hogere waarden voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege wegverkeer- en industrielawaai in het kader van het onderhavige projectbesluit (hierna: het ontwerpbesluit). De Rb. tekent daarbij aan dat de ABRS in eerste en enige aanleg bevoegd is om een op grond van de Wet geluidhinder genomen besluit hogere waarden te beoordelen. De Rb. kan in dit geval uitsluitend oordelen over de vraag of voldoende aannemelijk is dat het ontwerpbesluit stand kan houden en of daarmee een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Naar het oordeel van de Rb. heeft verweerder ter zitting onvoldoende overtuigend gereageerd op de door eiseres gestelde gebreken in het ontwerpbesluit. De Rb. is er dan ook onvoldoende van overtuigd dat het ontwerpbesluit stand zal houden en dat, indien deze stand zou houden, een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het te vernietigen besluit in stand te laten.
Betrokken advocaten
mr. F.P. Brouwer
eiser
mr. J.A. van der Kolk
eiser
mr. P.H.J. Ardenne
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:5852, Raad van State, 03-12-2025, 202503770/1/R4
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:4810, Raad van State, 08-10-2025, 202502414/1/R4
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:3110, Raad van State, 09-07-2025, 202404143/1/R4
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:3120, Raad van State, 09-07-2025, 202405900/1/R4
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
29 november 2012
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
AWB 10/783
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBHAA:2012:BZ3745