ECLI:NL:RBLIM:2019:6172, Rechtbank Limburg, 03-07-2019, C/03/265039 / KG ZA 19-250 — RBLIM:2019:6172
Samenvatting
Vordering tot schorsing aangezegde parate executie; de vordering tot schorsing van de parate executie wordt afgewezen; hypotheekgever heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij één van de verhypothekeerde panden onderhands heeft verkocht; dit oordeel en het oordeel dat de hypotheekgever meer dan voldoende tijd heeft gehad om het pand onderhands te verkopen, maken dat de hypotheekhouder thans kan overgaan tot parate executie; vordering in reconventie, om hypotheekgever te veroordelen medewerking te verlenen aan bezichtigingen van de verhypothekeerde panden, wordt afgewezen, omdat de hypotheekhouder daarbij in het licht van het bepaalde in artikel 550 lid 1 Rv geen belang heeft.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBLIM:2025:12772, Rechtbank Limburg, 03-09-2025, C/03/332052 / HA ZA 24-291
Rechtbank Limburg · Civiel Recht
ECLI:NL:GHARL:2021:9619, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12-10-2021, 200.249.147
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2021:1895, Gerechtshof Amsterdam, 29-06-2021, 200.252.367/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2020:14311, Rechtbank Den Haag, 16-12-2020, C/09/594667 / HA ZA 20-584
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
3 juli 2019
Instantie
Rechtbank LimburgRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/03/265039 / KG ZA 19-250
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2019:6172