Juristi.nl
ECLI:NL:RBLIM:2022:3226Bestuursrecht

ECLI:NL:RBLIM:2022:3226, Rechtbank Limburg, 26-04-2022, ROE 19/3240 en ROE 20/1254 — RBLIM:2022:3226

Samenvatting

Stopzetting bezoldiging. De rechtbank is van oordeel dat stopzetting van de bezoldiging onder de gegeven omstandigheden een passend instrument was om eiseres ertoe te bewegen op het spreekuur van de bedrijfsarts te verschijnen dan wel het werk te hervatten. Strafontslag. Verweerder verwijt eiseres dat zij haar re-integratie heeft vertraagd en tegengewerkt en de schijn heeft gewekt dat haar fysieke beperkingen ernstiger zijn dan dat ze in werkelijkheid zijn. De rechtbank is van oordeel dat verweerder dit standpunt onvoldoende heeft onderbouwd. Verweerder had in ieder geval de bedrijfsarts om een onderbouwd advies moeten vragen dan wel een medisch deskundige moeten inschakelen om zijn standpunt te onderbouwen. Dat heeft verweerder niet gedaan. Dit gebrek is op dit moment niet meer te repareren. Hieruit volgt dat van plichtsverzuim geen sprake is en dat verweerder niet bevoegd was eiseres onvoorwaardelijk strafontslag te verlenen. Het ontslag op de primaire grondslag kan dan ook geen standhouden. Ontslag op andere gronden. Omdat verweerder eiseres bij deze ontslaggrond dezelfde verwijten maakt als bij het strafontslag, heeft verweerder ook deze ontslaggrond naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Dit gebrek is op dit moment niet meer te repareren. Het ontslag op de subsidiaire grondslag kan evenmin standhouden. Ontslag wegens het weigeren passende re-integratie en werkervaringsplaatsen binnen en buiten de organisatie van verweerder. De rechtbank volgt verweerder in het standpunt dat eiseres zonder deugdelijke grond heeft geweigerd gevolg te geven aan door de werkgever of een door de werkgever aangewezen deskundige getroffen maatregelen om haar in staat te stellen de eigen of andere passende arbeid te verrichten. Het beroep tegen het bestreden besluit II is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit II, voor zover dat betrekking heeft op het strafontslag en het ontslag op andere gronden. Het ontslag op grond van artikel 12.10, zevende lid, aanhef en onder a en b, van de CAO UMC laat de rechtbank in stand.

Betrokken advocaten

mr. L.J.W.C. Creusen

eiser

Academisch Ziekenhuis Maastricht, MAASTRICHT

mr. S.X.J. Zuidema

eiser

Boumans & Partners advocaten, HEERLEN

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

26 april 2022

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

ROE 19/3240 en ROE 20/1254

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBLIM:2022:3226

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBLIM:2026:2740
Rechtbank Limburg·24 mrt 2026
Bestuursrecht
RBLIM:2026:2737
Rechtbank Limburg·24 mrt 2026
Bestuursrecht
RBLIM:2026:2754
Rechtbank Limburg·24 mrt 2026
Bestuursrecht