Juristi.nl
ECLI:NL:RBLIM:2023:389Civiel Recht; Ondernemingsrecht

ECLI:NL:RBLIM:2023:389, Rechtbank Limburg, 18-01-2023, C/03/303668 / HA ZA 22-163 — RBLIM:2023:389

Samenvatting

Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad. Misbruik van identiteitsverschil, vereenzelviging (Hoge Raad van 13 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7480 (Rainbow) of frustratie van verhaal door verhanging van activa en bedrijfsactiviteiten van BV naar vof (HR 8 december 2006, ECLI:NL:2006:AZ0758 (Ontvanger/Roelofsen))? Geen sprake van misbruik van identiteitsverschil, beroep op vereenzelviging afgewezen nu aan de stellingen van eiseres niet een vereenzelviging van rechtssubjecten (natuurlijke personen en/of rechtspersonen) maar een vereenzelviging van ondernemingen ten grondslag ligt, een rechtsfiguur waarvoor het vigerende recht geen steun biedt (vgl. Hoge Raad 3 november 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1865 (Roco/De Staat)). Bewijslastverdeling: De rechtbank is van oordeel dat de genoemde feiten en de timing daarvan – bij gebreke van een andere aannemelijke verklaring – wijzen in de richting van overheveling van de activiteiten en activa van de werkmaatschappij naar de vof met het oogmerk verhaal op de werkmaatschappij te voorkomen, waarvan de bestuurders van de werkmaatschappij in beginsel een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. Onder deze omstandigheden ligt het naar het oordeel van de rechtbank op de weg van gedaagden als degenen die de volledige zeggenschap hadden over zowel de werkmaatschappij als de vof, om aannemelijk te maken dat bij het overhevelen van de activiteiten en activa van de werkmaatschappij naar de vof niet een oogmerk van benadeling voorop stond maar sprake was van een noodzakelijke herstructurering om faillissement van de onderneming te voorkomen. De rechtbank ziet in de genoemde omstandigheden dan ook reden om de door eiseres gestelde verhaalsfrustratie op voorhand bewezen te achten en om gedaagden toe te laten om dat vermoeden te ontkrachten door het leveren van tegenbewijs ter ontzenuwing daarvan (vgl. Hoge Raad van 3 april 1992 (ECLI:NL:HR:1992:ZC0564, Van Waning/Van der Vliet).

Betrokken advocaten

mr. J.A. Koster

eiser

Spreksel Advocaten, MAASTRICHT

mr. Y.J.P. Janssen

gedaagde

Huver Advocaten, VENLO

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

18 januari 2023

Zaaknummer

C/03/303668 / HA ZA 22-163

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBLIM:2023:389

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBLIM:2026:1540
Rechtbank Limburg·18 feb 2026
Civiel Recht; Ondernemingsrecht
RBLIM:2026:326
Rechtbank Limburg·21 jan 2026
Civiel Recht; Ondernemingsrecht
RBLIM:2025:163
Rechtbank Limburg·7 jan 2025
Civiel Recht; Ondernemingsrecht
RBLIM:2024:7678
Rechtbank Limburg·30 okt 2024
Civiel Recht; Ondernemingsrecht
RBLIM:2024:7400
Rechtbank Limburg·23 okt 2024
Civiel Recht; Ondernemingsrecht