ECLI:NL:RBLIM:2023:4014, Rechtbank Limburg, 10-07-2023, ROE 22/1264 — RBLIM:2023:4014
Samenvatting
Het bezwaar tegen de besluiten (herziening en terugvordering) is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Eiseres heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt dat zij absoluut niet in staat was om binnen de bezwaartermijn van zes weken een bezwaarschrift in te dienen. Het beroep is ongegrond. Het onderzoek van de minister biedt onvoldoende feitelijke grondslag voor het opleggen van een boete. De toelichting ter zitting nuanceert de constateringen in de woning. Gelet op deze nuanceringen van de feitelijke bevindingen van het onderzoek is de rechtbank er niet van overtuigd geraakt dat eiseres niet op het brp-adres woonde Omdat twijfel daarover bestaat, moet het voordeel van die twijfel aan eiseres worden gegund: het gaat immers om een vergaande beslissing, een boete. Het beroep tegen de boete is daarom gegrond.
Betrokken advocaten
mr. F. Hummel-Fekkes
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOVE:2025:7537, Rechtbank Overijssel, 23-12-2025, ak_24_4149
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1543, Centrale Raad van Beroep, 22-10-2025, 24/2006 ZW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:GHSHE:2025:1870, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 03-07-2025, 200.353.473_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:CRVB:2025:975, Centrale Raad van Beroep, 25-06-2025, 24/31 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
10 juli 2023
Instantie
Rechtbank LimburgRechtsgebied
Bestuursrecht; BestuursprocesrechtZaaknummer
ROE 22/1264
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2023:4014