Juristi.nl
ECLI:NL:RBLIM:2023:4014Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RBLIM:2023:4014, Rechtbank Limburg, 10-07-2023, ROE 22/1264 — RBLIM:2023:4014

Samenvatting

Het bezwaar tegen de besluiten (herziening en terugvordering) is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Eiseres heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt dat zij absoluut niet in staat was om binnen de bezwaartermijn van zes weken een bezwaarschrift in te dienen. Het beroep is ongegrond. Het onderzoek van de minister biedt onvoldoende feitelijke grondslag voor het opleggen van een boete. De toelichting ter zitting nuanceert de constateringen in de woning. Gelet op deze nuanceringen van de feitelijke bevindingen van het onderzoek is de rechtbank er niet van overtuigd geraakt dat eiseres niet op het brp-adres woonde Omdat twijfel daarover bestaat, moet het voordeel van die twijfel aan eiseres worden gegund: het gaat immers om een vergaande beslissing, een boete. Het beroep tegen de boete is daarom gegrond.

Betrokken advocaten

mr. R.A.N.H. Theeuwen-Verkoeijen

eiser

Venlex Advocaten, VENLO

mr. F. Hummel-Fekkes

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

10 juli 2023

Zaaknummer

ROE 22/1264

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBLIM:2023:4014

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBLIM:2024:8403
Rechtbank Limburg·20 november 2024
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
RBLIM:2024:7394
Rechtbank Limburg·21 oktober 2024
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
RBLIM:2024:7296
Rechtbank Limburg·17 oktober 2024
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
RBLIM:2024:5940
Rechtbank Limburg·3 september 2024
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
RBLIM:2024:5939
Rechtbank Limburg·3 september 2024
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht