ECLI:NL:RBLIM:2023:5664, Rechtbank Limburg, 25-09-2023, 10606751 CV EXPL 23-3226 — RBLIM:2023:5664
Samenvatting
Internationale arbeidszaak. Werknemer is werkzaam voor een in Duitsland gevestigde vennootschap. Op de arbeidsovereenkomst is Duits recht van toepassing. De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst opgezegd. De werknemer is het daarmee niet eens, reden waarom hij in Duitsland een procedure aanhangig heeft gemaakt. Bij de Nederlandse rechter vordert de werknemer in kort geding betaling van achterstallig salaris en betaling van het salaris tot het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd. Heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht? Bevoegdheid om voorlopige maatregelen te nemen. Toetsing aan artikel 29 en 35 van de Verordening betreffende de rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken. Reële band tussen voorwerp van de gevraagde maatregel en de op de territoriale criteria gebaseerde bevoegdheid van de lidstaat van de aangezochte rechter? Toetsing in lijn met Van Uden / Deco-Line, Europees Hof van Justitie, 17 november 1998, NJ 1999/339.
Betrokken advocaten
mr. R.M.M. Menting
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNHO:2025:11085, Rechtbank Noord-Holland, 26-09-2025, 11723027
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:5269, Rechtbank Gelderland, 25-06-2025, 11678329
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:8657, Rechtbank Limburg, 05-03-2025, C/03/326491 / HA ZA 24-39
Rechtbank Limburg · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2024:2735, Rechtbank Amsterdam, 16-05-2024, C/13/743115 / HA RK 23-384
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 september 2023
Instantie
Rechtbank LimburgRechtsgebied
Civiel Recht; ArbeidsrechtZaaknummer
10606751 CV EXPL 23-3226
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2023:5664