ECLI:NL:RBLIM:2023:6349, Rechtbank Limburg, 30-10-2023, C/03/322239/ G ZA 23/338 — RBLIM:2023:6349
Samenvatting
Burgerlijk recht / Handel / uitwerking van verkort vonnis in kort geding. Aangekondigde executieveiling van pand van eisende partij. Uitgangspunt is dat de uitoefening van het recht van parate executie op grond van het hypotheekrecht, mits is voldaan aan de voorwaarden die artikel 3:268 BW stelt, rechtmatig is. Aan die voorwaarden is in de onderhavige zaak voldaan. Eisende partij heeft onvoldoende onderbouwd waarom gedaagde partij niet in redelijk gebruik mag maken van haar recht van parate executie. Het aanvullende beroep van eisende partij op het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2019 (ECLI:NL:HR:2019:2026) en de daarin vooropgestelde belangenafweging gaat niet op. De voorzieningenrechter overweegt daartoe dat het arrest niet ziet op de parate executie door de hypotheekhouder waarvan in deze zaak sprake is. Voor zover eisende partij meent dat in elk geval ruimte bestaat voor analoge toepassing, overweegt de voorzieningenrechter dat de ruimere toets als bedoeld in het arrest van 20 december 2019 eisende partij niet kan baten. De argumenten zoals genoemd in de rov. 4.5.1., 4.5.2. en 4.5.3. blijven van kracht: de door gedaagde partij geboden termijn van één jaar om over te gaan tot terugbetaling van de kredietfaciliteit en de aansluitend geboden termijn van twee jaren om tot onderhandse verkoop van het pand te komen, hebben niet geresulteerd in de (gedeeltelijke) aflossing van de schuld van eisende partij aan gedaagde partij en evenmin is er reden om ervan uit te gaan dat het onderhandse traject in de nabije toekomst wél succesvol zal zijn. Gelet daarop heeft eisende partij onvoldoende onderbouwd waarom zijn belang bij uitstel van de executie zwaarder dienen te wegen dan het belang van de gedaagde partij dat haar vordering uit oktober 2020 (gedeeltelijk) wordt voldaan.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHSHE:2025:1589, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10-06-2025, 200.281.956_02
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:11304, Rechtbank Den Haag, 15-07-2024, C/09/667470 / KG ZA 24-507
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBLIM:2023:6348, Rechtbank Limburg, 16-10-2023, C/03/322239/ KG ZA 23/338
Rechtbank Limburg · Civiel Recht
ECLI:NL:RBLIM:2023:218, Rechtbank Limburg, 05-01-2023, C/03/311401 / KG ZA 22-431
Rechtbank Limburg · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
30 oktober 2023
Instantie
Rechtbank LimburgRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/03/322239/ G ZA 23/338
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2023:6349