Juristi.nl
ECLI:NL:RBLIM:2024:1199Civiel Recht

ECLI:NL:RBLIM:2024:1199, Rechtbank Limburg, 14-03-2024, C/03/327186 — RBLIM:2024:1199

Samenvatting

Civiel recht. Kort geding. Eisende partijen hebben bij de bank een financiering aangevraagd voor de aankoop van een jachthaven. Eén van de eisende partijen is een groothandel in metaal en metaal recycling. In dit bedrijf is sprake van grote contante geldstromen. De bank heeft het geld, waarom verzocht was, niet uitgekeerd omdat de KYC (Know Your Customer)-commissie negatief geoordeeld heeft. Eisende partijen stellen dat er een onvoorwaardelijke financieringsovereenkomst met de bank tot stand is gekomen, althans dat zij erop mochten vertrouwen dat de financiering verstrekt zou worden gelet op de contacten met de afdeling Groot Zakelijk van de bank. Ook zijn zij van mening dat het beleid van de bank om contante transacties terug te dringen, in strijd is met de zorgplicht van de bank gelet op het Convenant Contant Geld en dus onrechtmatig is. De levering van de jachthaven stond gepland op 29 januari 2024. Eisende partijen vorderen – kort gezegd – dat de bank de financiering verstrekt zodat de levering van de jachthaven alsnog kan plaatsvinden. De bank voert verweer. Op basis van de informatie die in dit kort geding door partijen is verstrekt, acht de voorzieningenrechter het niet aannemelijk dat de bodemrechter zal oordelen dat tussen partijen een onvoorwaardelijke financieringsovereenkomst tot stand is gekomen. De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat binnen het bestek van dit kort geding niet aannemelijk is geworden dat bij eisende partijen het gerechtvaardigde vertrouwen is gewekt dat de bank het bedrag van € 2.500.000,- zou verstrekken om de aankoop van de jachthaven te kunnen financieren. Of sprake is van een schending van de zorgplicht door de bank laat de voorzieningenrechter in het midden. Als het verwijt al juist zou zijn, kan de bank op die grond niet verplicht worden tot het sluiten van een overeenkomst met de door eisende partijen gewenste inhoud gelet op haar contracteervrijheid. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af.

Betrokken advocaten

mr. R.E. de Groot

eiser

Wijn & Stael Advocaten, UTRECHT

mr. R.M. Vermaire

eiser

Wijn & Stael Advocaten, UTRECHT

mr. J.M. Wagenaar

eiser

Wagenaar lawyer, ENSCHEDE

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

14 maart 2024

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

C/03/327186

Procedure

Kort geding

ECLI

ECLI:NL:RBLIM:2024:1199

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBLIM:2026:2155
Rechtbank Limburg·18 mrt 2026
Civiel Recht
RBLIM:2026:2388
Rechtbank Limburg·18 mrt 2026
Civiel Recht
RBLIM:2026:2413
Rechtbank Limburg·18 mrt 2026
Civiel Recht