ECLI:NL:RBLIM:2024:9071, Rechtbank Limburg, 06-12-2024, ROE 22/1432 — RBLIM:2024:9071
Samenvatting
Eiseres heeft in haar hoedanigheid van huurder / exploitant van een autoverkooppunt en reparatiewerkplaats op grond van de Regeling nadeelcompensatie Provincie Limburg (de Regeling) verzocht om nadeelcompensatie in verband met de uitvoeringswerkzaamheden van het Inpassingsplan “Buitenring Parkstad Limburg 2012” . Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij met name door samenloop van de uitvoeringswerkzaamheden in de periode van 10 april 2018 tot 14 september 2019 verminderd bereikbaar was en inkomensschade heeft geleden. Verweerder heeft de aanvraag wegens actieve risico aanvaarding afgewezen. De rechtbank volgt verweerder in diens standpunt dat voor eiseres ten tijde van de investeringsbeslissing op grond van de toelichting bij het bestemmingsplan “Aansluiting A76 Schinnen-Nuth” en het Provinciaal Mobiliteitsplan 1996-1999 voorzienbaar was dat de bestaande op- en afritten te Nagelbeek en Nuth kwamen te vervallen en dat ter vervanging daarvan bij Schinnen/Nuth nieuwe aansluitingen zouden worden gerealiseerd. Op basis van genoemde stukken was voorzienbaar dat een geheel nieuwe wegenstructuur zou worden aangelegd en dat de nieuwe op- en afrit ter hoogte van Reijmersbeek en dus verder weg van de bedrijfsvestiging zou komen te liggen. Ten aanzien van de voorzienbaarheid van de aard, ernst, omvang en duur van de hinder in verband met de uitvoering van de infrastructurele maatregelen, overweegt de rechtbank dat verweerder terecht van belang heeft geacht dat het bedrijf ook tijdens de samenloop van werkzaamheden in de periode van 10 april 2018 tot 14 september 2019 steeds bereikbaar is gebleven. Alleen verkeer komend vanuit Heerlen (uit zuidelijke richting) moest van een omrijdroute gebruik maken. Daarvoor bestonden diverse mogelijkheden die met borden werden aangegeven. Gezien de omvang van het project, is er in die zin geen sprake geweest van uitzonderlijke hinder of van onvoorziene omstandigheden waardoor de ernst van de hinder vooraf niet in volle omvang voor eiseres was te voorzien. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Zij wist het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toe.
Betrokken advocaten
mr. M.P.H. Nelissen
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:5772, Raad van State, 26-11-2025, 202403511/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBOBR:2025:5912, Rechtbank Oost-Brabant, 26-09-2025, 24/2030 T en 24/3975 T
Rechtbank Oost-Brabant · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:RVS:2025:3552, Raad van State, 30-07-2025, 202406230/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBOBR:2025:3176, Rechtbank Oost-Brabant, 04-06-2025, 25/882
Rechtbank Oost-Brabant · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
6 december 2024
Instantie
Rechtbank LimburgRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
ROE 22/1432
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2024:9071