ECLI:NL:RBLIM:2024:9631, Rechtbank Limburg, 18-12-2024, C/03/312238 / HA ZA 22-550 — RBLIM:2024:9631
Samenvatting
Civiel recht. Bodemzaak. Vervolg op het tussenvonnis van 24 april 2024. In dit tussenvonnis komen een aantal onderwerpen aan de orde: 1. Voorlichting door een deskundige De rechtbank heeft behoefte aan voorlichting door een onafhankelijke deskundige, nu de rechtbank niet over de kennis beschikt om te beoordelen welk standpunt van de partijdeskundigen, die gehoord zijn tijdens de mondelinge behandeling op 11 januari 2024, juist is. De rechtbank zal één deskundige, een psychiater, benoemen. Partijen hebben over en weer deskundigen voorgedragen. De rechtbank heeft contact gezocht zowel met een deskundige die eiser heeft voorgedragen als met een door gedaagde voorgedragen deskundige. Ze hebben allebei kenbaar gemaakt niet bereid te zijn als deskundige op te treden in deze zaak. Gedaagde heeft ook nog andere deskundigen voorgedragen. Voor iedere deskundige die benoemd wordt, is van belang dat deze onpartijdig is en niet de schijn van partijdigheid tegengeworpen kan worden. Tegen die achtergrond heeft benoeming van een deskundige die werkzaam is voor een samenwerkingspartner van gedaagde niet de voorkeur van de rechtbank. De rechtbank nodigt partijen uit om bij akte andere potentiële deskundigen voor te dragen. Partijen wordt in overweging gegeven om met elkaar in overleg te treden en samen één deskundige voor te dragen in wie ze allebei vertrouwen hebben. De rechtbank zal de zaak daartoe naar de rol verwijzen. De rechtbank heeft verder de vragen vastgesteld die voorgelegd zullen worden aan een te benoemen deskundige. 2. Het calamiteitenrapport De rechtbank oordeelt dat gedaagde het calamiteitenrapport niet in het geding hoeft te brengen. 3. De drie pro Justitiarapporten Eiser heeft verzocht om te bepalen dat de drie rapporten van pro Justitia enkel ter kennis mogen komen van de rechtbank, de door de rechtbank benoemde deskundige en de advocaat van gedaagde. De rechtbank wijst dit verzoek af omdat niet voldaan is aan artikel 22a lid 1 of lid 2 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering. 4. Terugkomen op bindende eindbeslissing in tussenvonnis van 24 april 2024 De rechtbank zal terugkomen op de in rov. 4.17. van het tussenvonnis vervatte eindbeslissing. Uit rov. 3.4.2. van de uitspraak van de Hoge Raad van 20 april 2007 (ECLI:NL:HR:2007:BA1093) kan worden afgeleid dat een achteraf opgestelde verklaring van een bij de behandeling betrokken behandelaar ook bij de beoordeling betrokken kan worden. Het oordeel van de rechtbank dat de verklaringen bij het deskundigenonderzoek buiten beschouwing moeten blijven, zou in dat licht een niet gerechtvaardigde beperking aan de deskundige opleveren. De rechtbank zal daarom de deskundige niet verbieden kennis te nemen van de verklaringen. Wel moet op dit punt inzichtelijk zijn welke waarde de deskundige aan de verklaringen heeft gehecht die ná de moorden zijn opgesteld. Buiten kijf staat immers dat de informatie die vóór de moorden in het dossier is opgenomen, niet is beïnvloed door kennis achteraf en dus in beginsel als objectief kan worden aangemerkt. Subjectiviteit valt echter niet uit te sluiten voor verklaringen die na de moorden zijn opgesteld. De rechtbank zal daarom voor deze verklaringen de deskundige opdragen om te vermelden bij welke onderdelen hij de verklaringen heeft gebruikt ter onderbouwing van zijn conclusies/antwoorden, zodat dit bij de verdere beoordeling van de zaak inzichtelijk is.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:17948, Rechtbank Den Haag, 17-07-2025, C/09/671863 / HA RK 24-498
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2025:2673, Rechtbank Amsterdam, 23-04-2025, C/13/753936 / HA ZA 24-762
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBLIM:2024:4498, Rechtbank Limburg, 29-05-2024, C/03/314071 / HA RK 23-19
Rechtbank Limburg · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBAMS:2024:1148, Rechtbank Amsterdam, 29-02-2024, C/13/741053 / HA RK 23-325
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
18 december 2024
Instantie
Rechtbank LimburgRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/03/312238 / HA ZA 22-550
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2024:9631