ECLI:NL:RBLIM:2025:6663, Rechtbank Limburg, 10-07-2025, ROE 24/4988 — RBLIM:2025:6663
Samenvatting
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder terecht de aanvraag van eiser voor bijzondere bijstand voor de kosten van juridische bijstand heeft afgewezen. De rechtbank volgt eiser niet in zijn betoog dat de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) geen voorliggende voorziening is in zijn geval, omdat het financieel belang lager was dan € 500,00. Reeds door zich te wenden tot een juridisch adviseur aan wie geen toevoeging kan worden verleend, heeft eiser zichzelf de mogelijkheid ontnomen om een beroep te doen op de hardheidsclausule op grond waarvan gefinancierde rechtsbijstand mogelijk is ondanks het geringe financieel belang als hier bedoeld. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel en de zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 16 van de Participatiewet slaagt niet.
Betrokken advocaten
mr. V.H.J.M. van den Heuvel
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBLIM:2026:290, Rechtbank Limburg, 13-01-2026, ROE 25/3165
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1843, Centrale Raad van Beroep, 17-12-2025, 22/2645 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:11958, Rechtbank Limburg, 04-12-2025, ROE 25/2684
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:11810, Rechtbank Limburg, 01-12-2025, ROE 25/543
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
10 juli 2025
Instantie
Rechtbank LimburgRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
ROE 24/4988
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2025:6663