ECLI:NL:RBLIM:2025:7462, Rechtbank Limburg, 29-07-2025, ROE 23/2114 — RBLIM:2025:7462
Samenvatting
Verzoek vergoeding contributie van raadslid voor lidmaatschap vereniging voor de periode 2016 en met 2023. Beroep is gegrond voor zover het de contributiejaren 2017 en 2018 betreft. Het destijds geldende oude rechtspositiebesluit was niet duidelijk over hoe het begrip ‘beroepsvereniging’ moest worden uitgelegd. Beroep is ongegrond voor wat betreft de overige contributiejaren. De aanvraag van eiser over het jaar 2016 betreft een herhaalde aanvraag. Eiser heeft geen nieuwe feiten en omstandigheden aangevoerd, waardoor het college de aanvraag voor vergoeding over 2016 op grond van artikel 4:6 van de Awb heeft kunnen afwijzen. De vergoeding van de contributie over de jaren 2019 tot en met 2023 heeft het college terecht kunnen weigeren. Om in aanmerking te komen voor vergoeding van de contributie moet een beroepsvereniging op grond van het rechtspositiebesluit onder meer algemeen toegankelijk zijn. De vereniging waar eiser lid van is, voldoet niet aan deze voorwaarde.
Betrokken advocaten
mr. R.M.M. Engelen
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:484, Raad van State, 28-01-2026, 202303815/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:2189, Rechtbank Limburg, 11-03-2025, ROE 23/1953
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBLIM:2024:3327, Rechtbank Limburg, 13-06-2024, ROE 22/1245
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2024:1404, Raad van State, 03-04-2024, 202202512/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
29 juli 2025
Instantie
Rechtbank LimburgRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
ROE 23/2114
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2025:7462