ECLI:NL:RBLIM:2026:1845, Rechtbank Limburg, 24-02-2026, ROE 23/1932 — RBLIM:2026:1845
Samenvatting
Beroep tegen opgelegde lasten onder dwangsom voor een terreinafscheiding, opslagloods, oppervlakteverharding en buitenopslag en de in dat kader genomen invorderingsbeschikking. De rechtbank is van oordeel dat het college aan eiseres de lasten onder dwangsom heeft mogen opleggen. De terreinafscheiding is niet vergunningvrij geplaatst, waardoor het college zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat sprake is van een overtreding. Daarnaast heeft het college ten aanzien van de oppervlakteverharding en de buitenopslag niet van handhaving hoeven af te zien, want niet is gebleken dat handhaving onevenredig is. Verder heeft het college ook de invorderingsbeschikking mogen nemen. Daartegen zijn geen gronden aangevoerd. Het beroep is ongegrond.
Betrokken advocaten
mr. L. Pronk
eiser
mr. J.R.P. Lamers
eiser
mr. C.R. Jansen
mr. L. Gijsen
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:224, Raad van State, 14-01-2026, 202401310/1/R2
Raad van State · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6334, Raad van State, 24-12-2025, 202305536/1/R2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:12673, Rechtbank Limburg, 18-12-2025, ROE 22/2743
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6010, Raad van State, 10-12-2025, 202400063/1/R1
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
24 februari 2026
Instantie
Rechtbank LimburgRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
ROE 23/1932
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2026:1845