ECLI:NL:RBLIM:2026:1910, Rechtbank Limburg, 25-02-2026, C/03/341763 / HA ZA 25-213 — RBLIM:2026:1910
Samenvatting
Bij graafwerkzaamheden door [gedaagde partij] B.V. werd een elektriciteitskabel van MijnWater beschadigd. Deze kabel was niet weergegeven op de aan [gedaagde partij] B.V. (ingevolge de door haar gedane Klic-melding) verstrekte gegevens. In het concrete geval was [gedaagde partij] B.V. echter ongeveer negen maanden na de Klic-melding met de graafwerkzaamheden gestart. Het had alsdan op de weg van [gedaagde partij] B.V. gelegen, om alvorens te gaan graven, een nieuwe Klic-melding te doen. Zodoende had MijnWater opnieuw haar zienswijze naar voren kunnen brengen en had zij wederom ter plaatse kunnen gaan kijken. De aanwezigheid van de kabel (die eerst niet op de Klic-melding was weergegeven) had alsdan vastgesteld kunnen worden. Door alsdus te handelen heeft [gedaagde partij] B.V. onzorgvuldig en in strijd met de toepasselijke wettelijke bepalingen (uit de WIBON en de BIBON), alsook in strijd met de Richtlijn Zorgvuldig Graafproces (de CROW 500 richtlijn) gehandeld. Op grond van die richtlijn geldt het vermoeden dat de grondroerder ([gedaagde partij] B.V.) onzorgvuldig heeft gewerkt, wanneer in het risicogebied schade aan een kabel of leiding optreedt die vooraf was gelokaliseerd of waarvan de theoretische ligging zich in het zoekgebied bevond. De door [gedaagde partij] B.V. naar voren gebrachte argumenten, maken dit niet anders zodat [gedaagde partij] B.V. gehouden is de door MijnWater geleden schade te vergoeden. Evenmin kunnen de stellingen van [gedaagde partij] B.V. leiden tot een eigen schuld in de zin van artikel 6:101 BW aan de zijde van MijnWater.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBLIM:2026:2031, Rechtbank Limburg, 05-03-2026, 12056842 \ CV EXPL 26-246
Rechtbank Limburg · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBMNE:2026:571, Rechtbank Midden-Nederland, 11-02-2026, 11821056 \ UC EXPL 25-6289
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBMNE:2026:457, Rechtbank Midden-Nederland, 29-01-2026, C/16/598054 / HA ZA 25-405
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBMNE:2025:6141, Rechtbank Midden-Nederland, 14-11-2025, 11909133
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
25 februari 2026
Instantie
Rechtbank LimburgRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
C/03/341763 / HA ZA 25-213
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2026:1910