ECLI:NL:RBLIM:2026:2311, Rechtbank Limburg, 11-03-2026, ROE 23/479 en ROE 23/489 — RBLIM:2026:2311
Samenvatting
Beroep van eisers tegen weigering om handhavend op te treden. Overtreding van artikel 2.7, tweede lid van de Wnb, vanwege het ontbreken van een vergunning voor het exploiteren en wijzigen van een rundveehouderij en mestverwerkingsinstallatie. Verweerder heeft ten onrechte alle eisers niet-ontvankelijk vanwege de afstand tot het bedrijf van de woningen van die eisers en het ontbreken van zicht op het bedrijf. De rechtbank verklaart het beroep van de andere eisers gegrond. Verweerder heeft zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat ten tijde van de bestreden besluiten sprake was van concreet zicht op legalisatie. Verweerder heeft daarom ten onrechte op die grond geweigerd om handhavend op te treden Verweerder moet nieuwe besluiten op de bezwaren van eisers nemen met inachtneming van de uitspraak. Verweerder moet proceskosten en griffierecht aan eisers vergoeden.
Betrokken advocaten
mr. V. Wösten
eiser
mr. B.M.C. Maas
eiser
mr. Y.J.A. van Oers
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOBR:2026:260, Rechtbank Oost-Brabant, 19-01-2026, 23/622
Rechtbank Oost-Brabant · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RVS:2026:225, Raad van State, 14-01-2026, 202205246/2/R3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBOVE:2025:7389, Rechtbank Overijssel, 17-12-2025, AK_23_156
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6029, Raad van State, 11-12-2025, 202505077/2/R2
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
11 maart 2026
Instantie
Rechtbank LimburgRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
ROE 23/479 en ROE 23/489
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2026:2311