Juristi.nl
ECLI:NL:RBLIM:2026:2718Civiel Recht; Verbintenissenrecht

Woonwenz krijgt voorwaardelijke ontruiming bij huurachterstand van €5.591 — RBLIM:2026:2718

huurachterstand / ontbinding huurovereenkomst / betalingsregeling

Eiser / verzoeker

Stichting Woonwenz

VS

Verweerder / gedaagde

huurster (naam geanonimiseerd)

Huurovereenkomst voorwaardelijk ontbonden met betalingsregeling van minimaal €300 per maand op achterstand van €5.591,05; vordering buitengerechtelijke incassokosten afgewezen; proceskosten €1.292,93 voor rekening huurster.

  • Huurachterstand van €5.591,05 (ruim vijf maanden) leidt tot voorwaardelijke ontbinding huurovereenkomst met strikte betalingsregeling
  • Belangen van twee minderjarige kinderen wegen zwaar mee op grond van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind
  • Incassokostenbeding in algemene huurvoorwaarden oneerlijk verklaard op grond van EU-richtlijn 93/13/EEG; vordering afgewezen
  • Vonnis blijft drie jaar geldig zodat Woonwenz bij niet-nakoming geen nieuwe procedure hoeft te starten
  • Budgetbeheer verplicht opgestart voor 17 mei 2026 als onderdeel van de regeling

Samenvatting

Een huurster van woningcorporatie Woonwenz in Venlo heeft een huurachterstand laten oplopen tot ruim vijfduizend euro, terwijl zij eerder al voor een vergelijkbare schuld was veroordeeld. De kantonrechter in Roermond geeft haar een allerlaatste kans om haar huurovereenkomst te behouden, maar stelt daarbij strenge voorwaarden.

De vrouw huurt al sinds 2017 een woning van Woonwenz en betaalt maandelijks bijna duizend euro huur. In januari 2025 werd zij samen met haar toenmalige echtgenoot al veroordeeld wegens een huurachterstand van ruim zesduizend euro. Sindsdien is een nieuwe achterstand ontstaan, die op het moment van de zitting in maart 2026 was opgelopen tot €5.591,05 — meer dan vijf maanden huur. De vrouw erkent de schuld, maar vraagt om een betalingsregeling zodat zij met haar twee jonge kinderen in de woning kan blijven.

De vrouw staat er financieel slecht voor door een samenloop van omstandigheden. Ze is betrokken bij de toeslagenaffaire en ontvangt hulp van een stichting bij het aanvragen van schadevergoeding. Daarnaast loopt er een echtscheiding, die extra schulden heeft veroorzaakt. Ze heeft inmiddels contact met de gemeente Venlo voor hulpverlening en is bereid zich te laten ondersteunen via budgetbeheer of bewind.

De kantonrechter weegt het woonbelang van de huurster zwaar mee, met name omdat zij als alleenstaande moeder de zorg heeft voor twee minderjarige kinderen van drie en tien jaar. Op grond van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind moeten de belangen van die kinderen nadrukkelijk worden meegewogen. Een gedwongen vertrek zou voor hen bijzonder ingrijpend zijn, mede omdat vervangende woonruimte gezien de financiële situatie nauwelijks te vinden zal zijn.

Toch benadrukt de rechter dat het voor de derde keer is dat Woonwenz en de huurster tegenover elkaar staan. Woonwenz gaat akkoord met een regeling, maar alleen onder strikte voorwaarden. De huurovereenkomst wordt voorwaardelijk ontbonden: zolang de huurster zich aan de afspraken houdt, blijft zij wonen. Doet ze dat niet, dan kan Woonwenz het vonnis direct ten uitvoer leggen — ook als er hoger beroep wordt ingesteld.

Een eis van Woonwenz die de rechter niet honoreert, betreft de buitengerechtelijke incassokosten. Het incassokostenbeding in de algemene huurvoorwaarden wijkt ten nadele van de huurster af van de wettelijke regeling en wordt door de rechter als oneerlijk beoordeeld op grond van een Europese richtlijn over consumentenovereenkomsten. Dat bedrag wordt dan ook niet toegewezen.

De huurovereenkomst wordt voorwaardelijk ontbonden: de huurster moet maandelijks minimaal €300 aflossen op de achterstand van €5.591,05, de lopende huur van €984,48 steeds voor de zevende van de maand betalen, en uiterlijk medio mei 2026 budgetbeheer opstarten. De proceskosten van €1.292,93 komen ook voor haar rekening. Als ze de regeling niet nakomt, kan Woonwenz het vonnis — dat drie jaar geldig blijft — onmiddellijk uitvoeren en wordt haar een ontruimingstermijn van één maand gegund.

Betrokken advocaten

Zuyd Groep

eiser

Gegevens

Datum uitspraak

25 maart 2026

Zaaknummer

11929720 \ CV EXPL 25-4471

Procedure

Bodemzaak

ECLI

ECLI:NL:RBLIM:2026:2718

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBLIM:2026:2631
Rechtbank Limburg·25 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Heemwonen mag huurster ontruimen na twee bomexplosies
Rechtbank Limburg·25 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
BridgeFund wint kredietgeschil van ondernemer met betalingsachterstand
Rechtbank Limburg·25 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Prime Time Television wint factuurgeschil over tv-uitzending op SBS6
Rechtbank Limburg·25 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Rechter wijst huurder af: toegang woning alleen via nieuwe verhuurder
Rechtbank Limburg·25 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht