ECLI:NL:RBLIM:2026:410, Rechtbank Limburg, 16-01-2026, ROE 24/141 — RBLIM:2026:410
Samenvatting
Exploitatievergunning voor recreatiepark is geweigerd, omdat volgens de burgemeester ernstig gevaar bestaat dat deze zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten en om strafbare feiten te plegen. Ook is er volgens de burgemeester sprake van feiten en omstandigheden die redelijkerwijs kunnen doen vermoeden dat ter verkrijging van de exploitatievergunning een strafbaar feit is gepleegd. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de burgemeester de aanvraag voor de betreffende exploitatievergunning mocht weigeren. De burgemeester heeft voldaan aan zijn vergewisplicht en mag het Bibob-advies van het Landelijk Bureau Bibob aan zijn beslissing ten grondslag leggen. De burgmeester mag op basis van dit advies tot de conclusie komen dat voldaan is aan de zogenaamde a-grond van artikel 3, eerste lid, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (de Wet Bibob). Er bestaat ernstig gevaar dat de exploitatievergunning mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen op geld waardeerbare voordelen, die zeer groot zijn, te benutten. De burgemeester heeft, gelet op de ernst van de verwijten, het algemeen belang zwaarder mogen laten wegen dan de belangen van eiseres. De weigering van de exploitatievergunning is evenredig. Omdat de weigering van de exploitatievergunning al gebaseerd kan worden op de hiervoor vermelde a-grond, beoordeelt de rechtbank in deze uitspraak niet meer de andere weigeringsgronden die de burgemeester heeft toegepast. Het beroep is ongegrond. De rechtbank is verder van oordeel dat aan eiseres een schadevergoeding moet worden betaald wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2026:1112, Rechtbank Rotterdam, 27-01-2026, ROT 24/5323
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:219, Raad van State, 14-01-2026, 202300567/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:9203, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-12-2025, 25/6310
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6184, Raad van State, 17-12-2025, 202301515/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
16 januari 2026
Instantie
Rechtbank LimburgRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
ROE 24/141
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2026:410