ECLI:NL:RBLIM:2026:83, Rechtbank Limburg, 07-01-2026, C/03/345605 / HA ZA 25-414 — RBLIM:2026:83
Samenvatting
Voor toewijzing van de vordering tot oproeping in vrijwaring is vereist dat er een rechtsverhouding bestaat op grond waarvan gevrijwaarde haar schade kan afwentelen op de waarborg. Daarvan is sprake als er een overeenkomst is op grond waarvan de waarborg dient in te staan voor een bepaald feit (zoals bijvoorbeeld het instaan voor een volmacht of de hoedanigheid van erfgenaam) of als er een regresrecht is op grond waarvan degene die tot schade wordt aangesproken, die schade kan afwentelen op de waarborg, zoals bij een verzekering, een borgtocht of hoofdelijke aansprakelijkheid voor dezelfde schade. Het instaan voor een bepaald feit is in deze zaak niet aan de orde. Evenmin heeft de gevrijwaarde een regresrecht, zodat de incidentele vordering moet worden afgewezen.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2025:9503, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24-12-2025, 11453645 \ CV EXPL 24-6241 (T)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:RBZWB:2025:7767, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12-11-2025, 11453645 \ CV EXPL 24-6241 (T)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:RBMNE:2025:5164, Rechtbank Midden-Nederland, 02-10-2025, C/16/597034 / KG ZA 25-371
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht
ECLI:NL:RVS:2013:731, Raad van State, 14-08-2013, 201208860/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
7 januari 2026
Instantie
Rechtbank LimburgRechtsgebied
Civiel Recht; Burgerlijk ProcesrechtZaaknummer
C/03/345605 / HA ZA 25-414
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2026:83