ECLI:NL:RBMNE:2013:7588, Rechtbank Midden-Nederland, 12-12-2013, UTR 13/705 — RBMNE:2013:7588
Samenvatting
Ambtenaar. Primair ongeschiktheidsontslag en subsidiair ontslag op overige gronden. Eiser is primair ontslagen wegens onvoldoende functioneren voor zijn functie als medewerker publieksdienstverlening bij de Bibliotheek. Eiser is door verweerder in het verleden aangesproken op zijn gedrag. De kritiek op eisers functioneren bestond onder meer uit een gebrek aan klantvriendelijkheid en klantgerichtheid, het ontbreken van zelfreflectie en het niet serieus nemen van zijn leidinggevende. De rechtbank is van oordeel dat op basis van de beoordelingsverslagen niet kan worden geconcludeerd dat eiser onbekwaam of ongeschikt was voor het vervullen van de functie anders dan wegens ziekte of gebreken, mede nu eiser over die jaren steeds een voldoende tot ruim voldoende beoordeling heeft gekregen en in 2009 zelfs een gratificatie heeft ontvangen voor bewezen diensten. Ook de overige aan eiser verweten gedragingen kunnen naar het oordeel van de rechtbank het ongeschiktheidsontslag niet dragen, nu deze gedragingen niet zien op eigenschappen, mentaliteit of instelling die vereist zijn voor het vervullen van de functie van medewerker publieksdienstverlening. In het door verweerder ter zitting ingenomen standpunt dat er sprake is van ongeschiktheid als ambtenaar in zijn algemeenheid, nu eiser door zijn handelen diverse regels van de ARU heeft overtreden, kan evenmin een rechtvaardiging worden gezien voor het verlenen van ongeschiktheidsontslag. Ten aanzien van de subsidiaire ontslaggrond stelt de rechtbank vast dat verweerder aan het ontslag op een nader te bepalen grond dezelfde aspecten/gedragingen ten grondslag heeft gelegd als aan het primair verleende ongeschiktheidsontslag. Hetgeen verweerder heeft overwogen ten aanzien van het ongeschiktheidsontslag, kan naar het oordeel van de rechtbank niet dienen als voldoende onderbouwing om het bestaan van een onwerkbare verhouding of een ontstane impasse aan te nemen. Het bestreden besluit ontbeert derhalve ook op dit punt een ondeugdelijke feitelijke grondslag. De rechtbank voorziet zelf in de zaak.
Betrokken advocaten
mr. G.P.M. van der Sprong
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:25744, Rechtbank Den Haag, 23-12-2025, NL25.34868
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26293, Rechtbank Den Haag, 11-12-2025, C/09/674141 / FA RK 24-7411
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:6484, Rechtbank Midden-Nederland, 26-11-2025, C/16/601136 / FA RK 25-2027
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHAMS:2025:823, Gerechtshof Amsterdam, 25-03-2025, 200.342.069
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
12 december 2013
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
UTR 13/705
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2013:7588