ECLI:NL:RBMNE:2018:1639, Rechtbank Midden-Nederland, 12-04-2018, UTR 17/3151 — RBMNE:2018:1639
Samenvatting
Precariobelasting voor waterleidingnet. Het in 1988 gesloten Aandeelhoudersconvenant brengt voor verweerder niet een gedoogplicht met zich die aan heffing van precariobelasting in de weg staat. Betoog van eiseres dat het convenant niet rechtsgeldig is opgezegd behoeft daarom geen bespreking. Eiseres betoogt verder dat gemeente geen belang heeft bij de aanslag, nu artikel 5 van het convenant bepaalt dat de gemeente alle krachtens enige (toekomstige) gemeenteverordening geheven retributies aan eiseres dient terug te betalen. Dit betreft een twistpunt waar niet de belastingrechter maar de civiele rechter zich zo nodig een oordeel over moet vormen. Ten slotte is rechtbank van oordeel dat de aanslag moet worden gebaseerd op de gecorrigeerde opgave (metrage).
Betrokken advocaten
mr. T. Poelert
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2026:618, Rechtbank Midden-Nederland, 24-02-2026, UTR 25/1615-T
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht
ECLI:NL:GHARL:2026:559, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27-01-2026, 24/139
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:5706, Rechtbank Midden-Nederland, 04-11-2025, 02/054030-25
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:2061, Rechtbank Midden-Nederland, 29-04-2025, 16/361365-24 (P)
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
12 april 2018
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
UTR 17/3151
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2018:1639