Juristi.nl
ECLI:NL:RBMNE:2021:1430Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht

ECLI:NL:RBMNE:2021:1430, Rechtbank Midden-Nederland, 16-03-2021, UTR 19/3662 — RBMNE:2021:1430

Samenvatting

Verweerder heeft de boetes opgelegd, omdat het product Kruidvat Super Lash Care Serum dat eiseres in het handelsverkeer heeft gebracht, volgens verweerder een geneesmiddel is, waarvoor eiseres geen handelsvergunning heeft en waarvoor zij verboden reclame heeft gemaakt. Het geschil ziet op de vraag of het product Kruidvat Super Lash Care Serum een geneesmiddel is in de zin van de Geneesmiddelenwet. De rechtbank oordeelt dat verweerder zich onvoldoende onderbouwd en onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat het product een geneesmiddel naar toediening is. De verwijzing naar de hoeveelheid werkzame stof ‘bimatoprost’ die ook in het geneesmiddel Latisse® zit, is hiervoor onvoldoende. Verweerder heeft geen gemotiveerd antwoord gegeven op de vraag of de samenstelling van beide producten vergelijkbaar is en of de samenstelling kan maken dat er al dan niet een noemenswaardig effect wordt bewerkstelligd. Voorts is verweerder niet ingegaan op de stelling van eiser dat de regelgeving in Amerika anders is op grond waarvan er ook geen vergelijking met dit product kan worden gemaakt in het kader van deze beoordeling. Daarnaast is onduidelijk, dan wel onvoldoende gemotiveerd of de mate van blootstelling aan de stof bimatoprost gelijk is bij gebruik van het product, als bij het gebruik van oogdruppels vanwege de niet vergelijkbare wijze van toediening en of de frequentie daarvan. De mate van blootstelling aan de werkzame stof kan immers anders zijn bij oogdruppels, omdat het product niet direct in de ogen wordt aangebracht maar op de wimpers. Dat effect is hier niet onderzocht en heeft verweerder ook niet betrokken bij zijn beoordeling of het product als geneesmiddel naar toediening kan worden aangemerkt. Dit betekent dat niet is komen vast te staan dat eiseres de artikelen 40 en 84 van de Geneesmiddelenwet heeft overtreden. Verweerder was daarom niet bevoegd om eiseres de boetes op te leggen.

Betrokken advocaten

mr. L.E.J. Korsten

eiser

DLA Piper Nederland, AMSTERDAM

mr. J. Lameijer

eiser

mr. J.S. Boer

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

16 maart 2021

Zaaknummer

UTR 19/3662

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBMNE:2021:1430

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBMNE:2026:920
Rechtbank Midden-Nederland·9 maart 2026
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
RBMNE:2026:1007
Rechtbank Midden-Nederland·4 maart 2026
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
RBMNE:2026:611
Rechtbank Midden-Nederland·20 februari 2026
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
RBMNE:2026:635
Rechtbank Midden-Nederland·20 februari 2026
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
RBMNE:2026:638
Rechtbank Midden-Nederland·13 februari 2026
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht