Juristi.nl
ECLI:NL:RBMNE:2022:5552Civiel Recht; Insolventierecht

ECLI:NL:RBMNE:2022:5552, Rechtbank Midden-Nederland, 20-12-2022, 547581 / HA RK 22-236 — RBMNE:2022:5552

Samenvatting

Wrakingszaak. De wrakingskamer oordeelt dat in de voorliggende zaak niet blijkt dat de rechter-commissaris jegens verzoekers een vooringenomenheid koestert, dan wel dat de bij verzoekers bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd was, gelet op hetgeen de verzoekers hebben gesteld. De wrakingskamer stelt vast dat hetgeen verzoekster ten aanzien van het wrakingsverzoek ter zitting heeft aangevoerd, te weten dat de rechter-commissaris de financiële situatie van de zwager (van verzoekers) en zijn gezin in Indonesië volstrekt onbelangrijk vond, geenszins volgt uit (de strekking van) het proces-verbaal van het verhoor gehouden op 31 oktober 2022. Ook overigens blijkt uit dit proces-verbaal niet dat de rechter-commissaris zich negatief of aanstootgevend heeft uitgelaten over verzoekers, hun zwager of het gezin van de zwager in Indonesië. Gelet op het voorgaande zal de wrakingskamer het verzoek tot wraking ongegrond verklaren.

Betrokken advocaten

mr. K.G. van de Streek

verzoeker

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

20 december 2022

Zaaknummer

547581 / HA RK 22-236

Procedure

Wraking

ECLI

ECLI:NL:RBMNE:2022:5552

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBMNE:2026:1047
Rechtbank Midden-Nederland·17 mrt 2026
Civiel Recht; Insolventierecht
RBMNE:2026:669
Rechtbank Midden-Nederland·26 feb 2026
Civiel Recht; Insolventierecht
RBMNE:2026:1003
Rechtbank Midden-Nederland·16 feb 2026
Civiel Recht; Insolventierecht
RBMNE:2026:1002
Rechtbank Midden-Nederland·16 feb 2026
Civiel Recht; Insolventierecht
RBMNE:2026:961
Rechtbank Midden-Nederland·13 feb 2026
Civiel Recht; Insolventierecht