ECLI:NL:RBMNE:2024:6170, Rechtbank Midden-Nederland, 06-11-2024, UTR 23/5256 — RBMNE:2024:6170
Samenvatting
Hoewel dienstverband van rechtswege eindigde, heeft de werknemer door eigen toedoen geen passende arbeid behouden. Van de werknemer kon echter redelijkerwijs niet worden gevergd het dienstverband voort te zetten. Op andere gronden oordeelt de rechtbank dat het Uwv de WW-uikering terecht tot uitbetaling heeft laten komen. Gebrek in het besluit gepasseerd.
Betrokken advocaten
M.C. Hofmans
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOBR:2025:7359, Rechtbank Oost-Brabant, 10-11-2025, 11400916 \ EJ VERZ 24-666
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOBR:2025:1187, Rechtbank Oost-Brabant, 20-02-2025, 11400916/EJ VERZ 24-666
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:CRVB:2024:185, Centrale Raad van Beroep, 16-01-2024, 21/2873 AW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
ECLI:NL:RBLIM:2022:9303, Rechtbank Limburg, 24-11-2022, ROE 20/2109
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
6 november 2024
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
UTR 23/5256
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2024:6170